tegenwoordig

als woordenboektrefwoord:

tegenwoordig:
bn. bw. aanwezig ; nu.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

tegenwoordig (bn):
actueel, bestaand, hedendaags, huidig, momenteel
tegenwoordig (bn):
aanwezig, present, ter plaatse
tegenwoordig (bw):
heden, heden ten dage, huidig, momenteel, nu, op het ogenblik, thans, vandaag de dag

als synoniem van een ander trefwoord:

huidig (bn) :
tegenwoordig, actueel, bestaand, contemporain, geldend, hedendaags, modern
aanwezig (bn) :
present, tegenwoordig, ter plaatse, van de partij
actueel (bn) :
hedendaags, modern, tegenwoordig
present (bn) :
aanwezig, tegenwoordig
nu (bw) :
heden, heden ten dage, momenteel, nou, op dit ogenblik, tegenwoordig, thans, vandaag, vandaag de dag
thans (bw) :
heden, heden ten dage, momenteel, nu, op het ogenblik, tegenwoordig, vandaag de dag
heden (bw) :
nu, tegenwoordig, thans, vandaag
momenteel (bw) :
tegenwoordig

woordverbanden van ‘tegenwoordig’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

aanwezig:
aanwezend, tegenwoordig, voorhanden
heden:
vandaag, nu, thans, tegenwoordig
nu:
thans, heden, vandaag, tegenwoordig
tegenwoordig:
aanwezig
tegenwoordig:
nu

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aanwezend, aanwezig, tegenwoordig, voorhanden

Aanwezend — aanwezig — tegenwoordig — voorhanden. Deze woorden geven alle te kennen het zijn of zich bevinden binnen eene grootere of kleinere ruimte. Aanwezig heeft de ruimste beteekenis en kan zoowel van personen, als van stoffelijke dingen en tijdstippen of tijdsomstandigheden gebezigd worden; tegenwoordig wordt van personen en tijden, maar minder van stoffelijke zaken gezegd, terwijl aanwezend alleen attributief en dan van personen, voorhanden alleen praedicatief en dan van stoffelijke dingen gezegd wordt en veronderstelt, dat zij dadelijk gebruikt kunnen worden. Aanwezig onderscheidt zich van tegenwoordig en voorhanden, doordat het eerste op eene vrij groote ruimte toepasselijk kan zijn, de beide laatste een meer beperkten kring veronderstellen. Tegenwoordig, op personen toegepast, is op zulk eene wijze aanwezig, dat men aan de handeling, die ter plaatse voorvalt, kan deelnemen. Met deze beteekenis van tegenwoordig stemt aanwezend overeen, dat, behalve bij titels, weinig gebruikt wordt. De leden van eene vereeniging, die eene openbare vergadering bijwonen, zijn aanwezig of tegenwoordig; van de toehoorders, die geen deel aan de beraadslagingen mogen nemen, zegt men liefst dat zij aanwezig zijn. In den winkel was van deze specerijen niets meer voorhanden, doch in het entrepot was nog veel aanwezig. De eerstaanwezend ingenieur der Genie is met de leiding belast.

in hedendaagse spelling:
nu, tegenwoordig, thans

Nu — tegenwoordig — thans. Tegenwoordig is hetgeen in den tijd, waarop men spreekt, geschiedt of is; bij uitbreiding, in de dagen waarin men leeft, in tegenoverstelling van de vroegere. Thans ziet op het tegenwoordige in betrekking tot het voorafgaande en het toekomende; nu duidt één gelijktijdig tijdpunt in het tegenwoordige aan. Voorheen en thans; toen en nu. Als we bedenken, wat we al hebben doorgezwoegd, dan kunnen we gerust zeggen, dat we thans volkomen gelukkig zijn. Zult gij nu achteruit krabbelen, nu wij zoover gevorderd zijn? Daar ik mijn doel bereikt heb, reis ik nu weer heen. Nu wordt ook wel gebruikt van een tijd, die eigenlijk verleden is; maar die met betrekking tot eene andere handeling als tegenwoordig gedacht wordt, ten einde levendigheid aan het verhaal bij te zetten. Wien mocht hij bijstand bieden, nu zij als tijgers op elkander aanvielen? Het valt nu en dan voor.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
aanwezig, tegenwoordig

25. Aanwezig — tegenwoordig.

Zich binnen een bepaalde ruimte bevindende.

Aanwezig zegt dit zonder eenig bijbegrip; het ziet vooral op het zich bevinden op de bedoelde plaats; tegenwoordig onderstelt, dat men invloed op de plaats hebbende handeling kan uitoefenen. Men is dus aanwezig op een of andere plaats, men is tegenwoordig bij een of andere handeling als deelnemende persoon. Hoewel ik in de zaal aanwezig was, zat ik zoo in gedachten verzonken, dat ik van het gesprokene niets kan na vertellen. Bij de behandeling van een wetsvoorstel is de daarbij betrokken minister tegenwoordig.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
aanwezend, aanwezig, tegenwoordig

AANWEZEND, AANWEZIG, TEGENWOORDIG

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 70.

in hedendaagse spelling:
nu, thans, tegenwoordig

NU, THANS, TEGENWOORDIG

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 487.

in hedendaagse spelling:
te dezer uur, tegenwoordig, nu, thans, vandaag

TER DEZER UUR, TEGENWOORDIG, NU, THANS, VAN DAAG

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 380.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

tegenwoordig
absent, destijds, eerder, ervandoor, tevoren, toenmalig, toentertijd, voorheen, vroeger, weg, weleer
zie ook:
niet tegenwoordig, tegenwoordig zijn, tegenwoordig zijn bij

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0034 c