tuk

als woordenboektrefwoord:

tuk:
bn. tuk op iets, begerig, sterk verlangend.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

tuk (zn):
dutje, slaapje
tuk (bn):
belust, dol, kien

als synoniem van een ander trefwoord:

begerig (bn) :
begerend, dorstig, gretig, gulzig, happig, hebzuchtig, heet, hongerig, tuk, verlangend
happig (bn) :
begerig, belust, gretig, tuk
vinnig (bn) :
begerig, tuk
hazenslaap (zn) :
dutje, tuk

woordverbanden van ‘tuk’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bekwaam, vatbaar, bevattelijk, gevat, tuk, geoefend, doorslepen, gespitst, afgericht, ervaren, bedreven

BEKWAAM, VATBAAR, BEVATTELIJK, GEVAT, TUK, GEOEFEND, DOORSLEPEN, GESPITST, AFGERIGT, ERVAREN, BEDREVEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 62.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
tuk hebben

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0021 c