Vertaling van 'lead' uit het Engels naar het Nederlands

lead (zn):
A jumper that consists of a short piece of wire
startkabel

lead (zn):
Mixture of graphite with clay in different degrees of hardness; the marking substance in a pencil
stift

lead (zn):
Thin strip of metal used to separate lines of type in printing
stift, blij, interlinie, dieplood

lead (zn):
Restraint consisting of a rope (or light chain) used to restrain an animal
lijn

lead (zn):
An advantage held by a competitor in a race
koppositie, leiding

lead (zn):
An actor who plays a principal role
hoofdrolspeler

lead (zn):
A soft heavy toxic malleable metallic element; bluish white when freshly cut but tarnishes readily to dull grey
ik zoek een baan, lood

lead (ww):
Cause to undertake a certain action
vooroplopen

lead (ww):
Preside over
presideren, voorzitten

lead (ww):
Lead, as in the performance of a composition
voorlopen, vooroplopen

lead (ww):
Move ahead (of others) in time or space
voorgaan, voorlopen

lead (ww):
Take somebody somewhere
leiden, voeren

lead (ww):
Be in charge of
aanvoeren, leiden

lead (ww):
Be conducive to
bijdragen

lead (ww):
Produce as a result or residue
achterlaten, nalaten

lead (ww):
Lead, extend, or afford access
leiden, lopen, uitgeven, uitkomen, voeren

lead (ww):
Be ahead of others; be the first
aanvoeren, vooroplopen, leiden

Via: Ensyns.nl

lead (ww):
leiden(en) —.
(en) —.
(en) —.
(en) —.
(en) —.
(ca) Manar, liderar.
(de) jemanden/etwas in eine bestimmte Richtung/an ein bestimmtes Ziel lenken.
(de) die Führung ausüben.
(fr) exercer une autorité intellectuelle ou morale sur quelqu'un|1.d..
(fr) Conduire (sens général).
(fi) auttaa jhk tiettyyn paikkaan.
(fr) Mener, guider, diriger vers un lieu déterminé.
(fr) (Figuré) Mener, guider, diriger vers un lieu déterminé.
(no) lede.
(pl) —.
(pl) —.
(pl) —.
, aanvoeren(en) —.
(en) —.
, leiding(en) —.
(en) —.
, lood(en) —.
(en) —.
, vooroplopen(en) —.
(en) —.
, leiden naar(en) —., aanwijzing(en) —., begeleiden(en) —., begeleiding(en) —., dieplood(en) —., interlinie(en) —., interliniëren(en) —., leidraad(en) —., lengte(en) —., meevoeren(en) —., uitkomst(en) —., vaargeul(en) —., verloden(en) —., voorlopen(en) —., voorsprong(en) —., gaan(pl) —.
(pl) —.
, geleiden(fr) (Figuré) Mener, guider, diriger vers un lieu déterminé.
(fr) Mener, guider, diriger vers un lieu déterminé.
, runnen(de) jemanden/etwas in eine bestimmte Richtung/an ein bestimmtes Ziel lenken.
(de) die Führung ausüben.
, voeren(pl) —.
(pl) —.
, doorgaan(cs) vést., helpen(fi) auttaa jhk tiettyyn paikkaan., overbrengen(ru) преобразовывать, перемещать., overzetten(ru) преобразовывать, перемещать., plomberen(de) den Verschluss mit einer bleiernen oder metallenen Plombe versiegeln.

lead (zn):
lood(en) —.
(en) —.
(cs) kov.
(de) Geschoss oder Geschosse von Handfeuerwaffen.
(de) Chemie: silbernes, leicht verformbares, toxisch wirkendes Metall.
(fi) alkuaine.
(es) —.
(fr) Élément, métal.
(lt) lt.
(pt) (elemento químico).
(ru) металл.
(sv) grundämne.
, leiden(en) —.
(en) —.
(en) —.
(en) —.
(en) —.
, leiding(en) —.
(en) —.
(de) zeitlicher oder räumlicher Vorsprung.
, voorsprong(en) —.
(fi) sähkönjohdin.
(fi) kilpailun.
, aanvoeren(en) —.
(en) —.
, aanwijzing(en) —.
(de) etwas, das jemanden auf etwas aufmerksam macht.
, vooroplopen(en) —.
(en) —.
, leiden naar(en) —., begeleiden(en) —., begeleiding(en) —., dieplood(en) —., interlinie(en) —., interliniëren(en) —., leidraad(en) —., lengte(en) —., meevoeren(en) —., uitkomst(en) —., vaargeul(en) —., verloden(en) —., voorlopen(en) —., blij(cs) kov., hondenlijn(pl) —., hondenriem(fr) Corde ou lanière pour chiens., hoofd(tr) baş., indicatie(de) etwas, das jemanden auf etwas aufmerksam macht., kop(tr) baş., koppeling(sv) anordning för att koppla samman två föremål med varandra (generellt)., teken(de) etwas, das jemanden auf etwas aufmerksam macht.

lead (abbreviation):
lood(lt) lt.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken