Vertaling van 'suffer' uit het Engels naar het Nederlands

suffer (ww):
Undergo (as of injuries and illnesses)
kwakkelen, sukkelen, tobben

suffer (ww):
Put up with something or somebody unpleasant
doormaken, doorstaan, dragen, dulden, gedogen, getroosten, harden, incasseren, kampen, velen, verdragen, verduren

suffer (ww):
Experience (emotional) pain
afzien, lijden

suffer (ww):
Undergo or be subjected to
krijgen, lijden

suffer (ww):
Undergo or suffer
ondergaan

Via: Ensyns.nl

N.B.: Er zijn geen WikiWoordenboek-resultaten omdat de Dbnary-server niet of niet op tijd heeft geantwoord.