dragen

als woordenboektrefwoord:

dragen:
(droeg, gedragen), torsen; aanhebben; overbrengen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

dragen (ww):
doorstaan, dulden, harden, opbrengen, uithouden, uitstaan, velen, verdragen, verduren, voortbrengen
dragen (ww):
bij zich hebben, brengen, houden, meedragen, meenemen, transporteren, voeren, vervoeren
dragen (ww):
ondersteunen, schragen, steunen, stutten, torsen
dragen (ww):
aanhebben, lopen in, om hebben, op hebben
dragen (ww):
funderen
dragen (ww):
reiken

als synoniem van een ander trefwoord:

steunen (ww) :
dragen, leunen, omhooghouden, onderschoren, onderschragen, ondersteunen, onderstutten, ophouden, rusten, schoren, schragen, staven, stutten, stoelen
incasseren (ww) :
dragen, dulden, harden, ondergaan, slikken, trotseren, velen, verdragen, verduren, zich getroosten
uitstaan (ww) :
doorstaan, dragen, dulden, klokken, kroppen, lijden, stellen, uithouden, velen, verdragen, verduren
dulden (ww) :
doorstaan, dragen, lijden, nemen, ondergaan, tolereren, uithouden, uitstaan, verdragen, verduren
ondersteunen (ww) :
dragen, onderschragen, omhooghouden, onderstutten, ophouden, schragen, stutten, tegenhouden
trotseren (ww) :
doorstaan, dragen, dulden, gedogen, harden, overleven, velen, verdragen, verduren
brengen (ww) :
begeleiden, bij zich hebben, dragen, leiden, vervoeren, voeren
sjorren (ww) :
dragen, sjouwen, slepen, trekken
vasthouden (ww) :
beethouden, dragen, vastklemmen
sjouwen (ww) :
dragen, sjorren, verslepen
voeren (ww) :
dragen, meedragen
torsen (ww) :
dragen

woordverbanden van ‘dragen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
doorstaan, dragen, dulden, lijden, ondergaan, uithouden, uitstaan, verdragen, verduren

Doorstaan — dragen — dulden — lijden — ondergaan — uithouden — uitstaan — verdragen — verduren. Het een of andere kwaad ondervinden, waartegen men zich niet verzet. Lijden drukt dit denkbeeld in het algemeen uit. Doorstaan is lijden ten einde toe; hierbij heeft men tevens het oog op de krachtsinspanning van den lijder in verhouding tot het kwaad, dat geleden wordt. Hij kon die operatie niet doorstaan, zijne krachten konden het niet uithouden. In de meeste gevallen wordt er het niet bezwijken onder het leed of het kwaad door uitgedrukt. Het eene schip leed schipbreuk, het andere doorstond den storm. Dragen is aanhoudend lijden van iets, dat meer drukt dan dat het pijn veroorzaakt, en wat niet te veranderen is; verdragen heeft de bijgedachte van dit vrijwillig te doen. Socrates verdroeg de grenzenlooze ondankbaarheid zijner medeburgers met de kalmte van den wijsgeer. Met gelatenheid iets verdragen is dulden; hierbij denkt men echter aan eenigen tegenzin, hetgeen bij verdragen niet zoo zeer het geval is. Dikwijls wordt door dulden uitgedrukt het begrip van iets onverdiend lijden. Ondergaan wordt alleen gezegd van het zich onderwerpen aan de eene of andere daad, die ons onaangenaam is, het ziet niet op zielelijden. Men ondergaat eene operatie en lijdt de pijn. Uitstaan is het met wilskracht dulden van iets onaangenaams of pijnlijks, dat aanhoudt, terwijl verduren meer het zich lijdelijk onderwerpen te kennen geeft Uithouden is iets onaangenaams of lastigs tot het einde verduren.

in hedendaagse spelling:
dragen, etteren, zweren

Dragen — etteren — zweren. De natuurlijke ontbinding van het weefsel, waar zich schadelijke stoffen in het lichaam bevinden, die langs dezen weg naar buiten komen. Zweren — eigenlijk pijn lijden — drukt thans de geheele werking van dit ziekteproces uit. Dragen zegt men, wanneer er zich etterstof vormt, of bij opene wonde of zweer zich nog blijft vormen; etteren drukt meer het naar buiten komen van etter of giftstof uit.

in hedendaagse spelling:
dragen, torsen

Dragen — torsen. Dragen wordt van alle voorwerpen, zelfs van de lichtste gebezigd; torsen alleen van een zwaren last, waar men onder gebukt gaat. Figuurlijk: leed torsen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
doorstaan, dragen, dulden, lijden, ondergaan, uithouden, uitstaan, verdragen, verduren

DOORSTAAN, DRAGEN, DULDEN, LIJDEN, ONDERGAAN, UITHOUDEN, UITSTAAN, VERDRAGEN, VERDUREN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 100.

in hedendaagse spelling:
dragen, etteren, zweren

DRAGEN, ETTEREN, ZWEREN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 111.

in hedendaagse spelling:
dragen, torsen

DRAGEN, TORSCHEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 111.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
bloesem dragen, de wapenrok dragen, leren dragen, zorg dragen, draag

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0028 c