afrukken

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

afrukken (ww):
afscheuren, uithalen, uittrekken, wegrukken
afrukken (ww):
aftrekken, masturberen
afrukken (ww):
afmarcheren
afrukken (ww):
afdraaien
afrukken (ww):
afgrazen

als synoniem van een ander trefwoord:

uithalen (ww) :
afhalen, afrukken, benemen, lostrekken, ontrukken, rooien, trekken, uitnemen, uitrukken, uittrekken, weghalen, wieden
aftrekken (ww) :
afrukken, handkarren, masturberen, onaneren

woordverbanden van ‘afrukken’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
afrukken, afscheuren, aftrekken

Afrukken — afscheuren — aftrekken. Met krachtige beweging iets, dat aan iets anders vast zit, los maken. Aftrekken ziet meer op de kracht die hierbij aangewend wordt, en veronderstelt niet een moeilijk scheidbaar verband. Bij afscheuren is dit wel het geval; hierbij wordt met geweld een deel van het geheel, of iets, dat aan of op iets anders vastzit, afgetrokken. Afrukken veronderstelt, dat er plotselinge scheuring of verbreking bij plaats heeft. Bij uitbreiding: personen, die als door een band aan elkaar verbonden zijn, van elkander verwijderen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
aflichten, afnemen, afrukken, aftillen, wegnemen

AFLIGTEN, AFNEMEN, AFRUKKEN, AFTILLEN, WEGNEMEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 121.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0021 c