breidelen

als woordenboektrefwoord:

breidelen:
(gebreideld), beteugelen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

breidelen (ww):
bedwingen, beheersen, beperken, beteugelen, intomen

als synoniem van een ander trefwoord:

beteugelen (ww) :
aan banden leggen, bedwingen, beheersen, betomen, breidelen, de kop indrukken, in toom houden, inperken, intomen, matigen, onder controle houden, onderdrukken, onderwerpen, optomen, tegengaan, tegenhouden, temmen, teugelen, tomen
beperken (ww) :
bedwingen, beknotten, besnoeien, beteugelen, breidelen, indammen, inhouden, inkrimpen, inperken, insluiten, intomen, limiteren, matigen, reduceren, terugbrengen, terugdringen, verkleinen, verkorten
beheersen (ww) :
bedwingen, breidelen, in de hand hebben, inhouden, kennen, kunnen, machtig zijn, meester zijn, onder de knie hebben

woordverbanden van ‘breidelen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
intomen, inteugelen, betomen, beteugelen, breidelen, bedwingen

INTOOMEN, INTEUGELEN, BETOOMEN, BETEUGELEN, BREIDELEN, BEDWINGEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 283.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0033 c