fnuiken

als woordenboektrefwoord:

fnuiken:
(gefnuikt), ten onder brengen, breken.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

fnuiken (ww):
bekorten, knotten, nekken, ondergraven, smoren, verhinderen, vloeren
fnuiken (ww):
knotten

als synoniem van een ander trefwoord:

kleineren (ww) :
bagatelliseren, beledigen, deemoedigen, fnuiken, geringschatten, humiliƫren, krenken, omlaaghalen, vernederen, verootmoedigen
knotten (ww) :
fnuiken, korten, snoeien
vloeren (ww) :
fnuiken, foppen

woordverbanden van ‘fnuiken’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
uitscheuren, uitplukken, uithalen, uittrekken, uitrukken, fnuiken

UITSCHEUREN, UITPLUKKEN, UITHALEN, UITTREKKEN, UITRUKKEN, FNUIKEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 219.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0024 c