fnuiken

als woordenboektrefwoord:

fnuiken:
(gefnuikt), ten onder brengen, breken.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

fnuiken (ww):
bekorten, knotten, nekken, ondergraven, smoren, verhinderen, vloeren
fnuiken (ww):
knotten

als synoniem van een ander trefwoord:

kleineren (ww) :
bagatelliseren, beledigen, deemoedigen, fnuiken, geringschatten, humiliƫren, krenken, omlaaghalen, vernederen, verootmoedigen
knotten (ww) :
fnuiken, korten, snoeien
vloeren (ww) :
fnuiken, foppen

woordverbanden van ‘fnuiken’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
uitscheuren, uitplukken, uithalen, uittrekken, uitrukken, fnuiken

UITSCHEUREN, UITPLUKKEN, UITHALEN, UITTREKKEN, UITRUKKEN, FNUIKEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 219.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

Gepland onderhoud
Zondagochtend 9 augustus vindt serveronderhoud plaats. De site zal daardoor een poos niet bereikbaar zijn. Waarschijnlijk duurt dat minder dan een halfuur. In het slechtste geval zou het een paar uur kunnen uitlopen. Mijn excuses voor het ongemak.

debug info: 0.0018 c