kostwinning

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

kostwinning (zn):
bestaan, bestaansmiddel, brood, broodwinning, inkomen, nering

als synoniem van een ander trefwoord:

broodwinning (zn) :
bestaan, bestaansmiddel, inkomstenbron, kostwinning

woordverbanden van ‘kostwinning’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
broodwinning, bestaan, kostwinning, nering

Broodwinning — bestaan — kostwinning — nering. De middelen, waardoor iemand in zijn onderhoud voorziet. Bestaan valt hier eigenlijk niet onder, omdat dit woord het zijn of leven in zijn wijdsten omvang aanduidt; in engeren zin is het echter wel synoniem met broodwinning, enz. daar het ook gebruikt wordt voor die middelen tot onderhoud, waarbij handenarbeid niet zoo bepaald op den voorgrond treedt; b.v. hij vindt zijn bestaan in den graanhandel. Even zeer als men spreekt van ruim leven kan men zeggen: hij heeft er een ruim bestaan. Van de andere woorden kan men zulks niet zeggen. Broodwinning, kostwinning en nering zien op het verdienen van wat voor het levensonderhoud noodig is. Nering is in het algemeen het levensonderhoud, de voeding, en wordt verder gebruikt voor het verdienen ervan door handel drijven. Bij kostwinning en broodwinning denkt men aan het winnen, het arbeiden voor den kost, voor het brood, dat tot onderhoud dient. Brood staat hierin, als pars pro toto (deel voor het geheel), voor onderhoud.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
nering, beroep, broodwinning, kostwinning, bestaan

NERING, BEROEP, BROODWINNING, KOSTWINNING, BESTAAN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 476.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0022 c