navolgen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

nabootsen (ww) :
achternadoen, facsimileren, imiteren, kopiëren, na-apen, nadoen, nadrukken, namaken, navolgen, reproduceren, simuleren
opvolgen (ww) :
in de plaats treden van, navolgen, succederen, volgen
volgen (ww) :
imiteren, nabootsen, nadoen, navolgen, opvolgen
overnemen (ww) :
navolgen, ontlenen

woordverbanden van ‘navolgen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
na-apen, nabootsen, nadoen, navolgen

Naäpen — nabootsen — nadoen — navolgen. Zich iets of iemand ten voorbeeld stellen, en dit of dezen trachten te evenaren. Nadoen duidt in het algemeen aan, iets doen naar het voorbeeld van een ander; meestal is er aan verbonden de bedoeling om den persoon, wiens handelingen men nadoet in een bespottelijk daglicht te stellen. Bij naäpen kan ook dit doel bestaan, niet altijd doet het dit echter; door dit woord toch wordt meer het belachelijke van het nabootsen, of als een aap nadoen wat een ander doet, uitgedrukt. Zonder dergelijke bijgedachte zijn navolgen en nabootsen. Na volgen heeft eene ruimer beteekenis dan nabootsen. Terwijl het laatste enkel te kennen geeft, dat men alleen eene uiterlijke gelijkenis tracht te verkrijgen, drukt het eerste uit, dat men het voorbeeld zooveel mogelijk in alle opzichten tracht gelijk te worden; het heeft eene goede beteekenis, die aan nabootsen niet noodwendig eigen is. Men bootst iemand na in zijne spraak, manieren, enz. Men volgt hem na in zijn handel en wandel.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
nadoen, navolgen, nabootsen, na-apen

88. Nadoen — navolgen — nabootsen — naäpen.

Hetzelfde doen wat een ander heeft voorgedaan.

Nadoen zegt dit op de meest algemeene wijze; men doet precies wat een ander deed, 't zij in gunstigen of ongunstigen zin. Wie kan wij dat kunstje nadoen? Achter zijn rug deden de deugnieten den onderwijzer alles na (zij wilden n.l. den onderwijzer bespottelijk maken).

Als men door dat nadoen zich zelf bespottelijk maakt, spreekt men van naäpen; het is vooral het gevolg van ijdelheid. Vele dienstboden gaan even modieus gekleed als haar mevrouwen, al moeten zij ook een groot deel van haar loon voor deze naäperij opofferen.

Navolgen heeft altijd een gunstige beteekenis; het duidt aan, dat iemand in dezelfde goede richting werkzaam is, waarin een ander hem is voorgegaan of voorgaat. Deze edele zelfopoffering werd door velen nagevolgd. Terwijl navolgen uitdrukt, dat men het voorbeeld in alles gelijk wil komen, wijst nabootsen aan, dat men alleen de uiterlijke gelijkenis op den voorgrond stelt (bootsen = boetseeren). Navolgen ziet dus op het wezenlijke het innerlijke, nabootsen meer op den schijn, het uiterlijke. Een edele daad is navolgenswaardig, niet nabootsenswaardig. Wel zegt men: Hij weet precies mijn stem na te bootsen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
nabeelden, nabootsen, navolgen, namaken, nadoen, na-apen

NABEELDEN, NABOOTSEN, NAVOLGEN, NAMAKEN, NADOEN, NAäPEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 460.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0024 c