nul

als woordenboektrefwoord:

nul:
v. (-len), cijfer; nietsbetekenend persoon.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

nul (zn):
domkop, mislukkeling, non-valeur, onbenul, sukkel
nul (zn):
nietsnut, slappeling
nul (tw):
niets, nihil, zero

als synoniem van een ander trefwoord:

sukkel (zn) :
bloed, bonhomme, cretin, debiel, domkop, domoor, druiloor, dwaas, dwaze, ei, ezel, idioot, imbeciel, klungel, kluns, knoeier, kruk, lijs, loser, mislukkeling, nul, oen, onnozelaar, peer, prutser, schaap, schapenkop, schlemiel, sloeber, stakker, stomkop, stommeling, stommerd, stommerik, stumperd, stuntel, sufferd, sukkelaar, sul, treuzelaar, uilskuiken, ziel, zot, zwakzinnige
feut (zn) :
foet, groentje, noviet, nul, nuldejaarsstudent
mug (zn) :
nietswaardige, nul, zwakkeling
prul (zn) :
lammeling, lummel, nul
geen (telw) :
nul
niets (bw) :
geen barst, geen moer, geen spaan, niemendal, nihil, niks, noppes, nul, nul komma nul, zero

woordverbanden van ‘nul’ grafisch weergegeven

zie ook:
nul komma nul, nul komma nul

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

Gepland onderhoud
Zondagochtend 9 augustus vindt serveronderhoud plaats. De site zal daardoor een poos niet bereikbaar zijn. Waarschijnlijk duurt dat minder dan een halfuur. In het slechtste geval zou het een paar uur kunnen uitlopen. Mijn excuses voor het ongemak.

debug info: 0.0025 c