vlieden

als woordenboektrefwoord:

vlieden:
(vlood, gevloden), vluchten.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

vluchten (ww) :
aan de haal gaan, de benen nemen, de wijk nemen, ervandoor gaan, het hazenpad kiezen, op de vlucht slaan, uitwijken, vlieden, weglopen, wegrennen, wegvluchten
vliegen (ww) :
omvliegen, verglijden, vervlieden, vlieden, voorbijgaan, voorbijsnellen, voorbijvliegen

woordverbanden van ‘vlieden’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
mijden, vermijden, vlieden

Mijden — vermijden — vlieden. Ontwijken. Mijden of vermijden is iemand of iets uit den weg gaan. Worden mijden en vermijden tegenover elkander gesteld, dan is mijden sterker dan vermijden, omdat er het denkbeeld van ontwijken uit afkeer en vrees in ligt opgesloten. Mijdt het kwade. Hij heeft sedert weken mijn huis gemeden. Als ge minder stijf hoofdig waart geweest, hadden veel onaangenaamheden vermeden kunnen worden. Bij vlieden heeft snelle ontwijking plaats na, zij het ook niet volkomen, aanraking. Dikwijls wordt het gebruikt voor vermijden. Vlied kwaad gezelschap.

in hedendaagse spelling:
vlieden, vluchten

Vlieden — vluchten. Snel ontwijken. In vlieden, dat in de gewone spreek- en schrijftaal minder in gebruik is, ligt meer dan in vluchten het denkbeeld van snel ontwijken; het kan uit vrees geschieden, maar ook uit eene andere beweegreden. Aan vluchten is het denkbeeld van vrees verbonden.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
vlieden, vluchten

200. Vlieden — vluchten.

Zich snel verwijderen van iets, dat gevaarlijk is.

Vlieden is: vol angst zich snel verwijderen en is hoofdzakelijk tot den verheven stijl beperkt. Vluchten heeft meer de bijgedachte van in veiligheid trachten te komen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
uitwijken, ontwijken, wijken, deinzen, mijden, ontgaan, ontvlieden, vlieden, vluchten, verstuiven, aftrekken

UITWIJKEN, ONTWIJKEN, WIJKEN, DEINZEN, MIJDEN, ONTGAAN, ONTVLIEDEN, VLIEDEN, VLUGTEN, VERSTUIVEN, AFTREKKEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 24.

in hedendaagse spelling:
vlieden, mijden

VLIEDEN, MIJDEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 267.

in hedendaagse spelling:
vlieden, vluchten

VLIEDEN, VLUGTEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 267.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0022 c