wijken

als woordenboektrefwoord:

wijken:
(week, geweken), uit de weg gaan ; mijden.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

wijken (ww):
achteruitgaan, terugdeinzen, teruggaan, terugtreden, terugwijken, weggaan, zwichten
wijken (ww):
cederen, toegeven, zwichten

als synoniem van een ander trefwoord:

vertrekken (ww) :
'm smeren, afnokken, afreizen, aftaaien, de plaat poetsen, gaan, inrukken, op weg gaan, opflikkeren, ophoepelen, opkramen, opkrassen, oplazeren, oprotten, opstappen, scheiden, uitwijken, verdwijnen, weggaan, weglopen, wegtrekken, wegwezen, wijken
sterven (ww) :
creperen, de pijp uitgaan, doodgaan, expireren, heengaan, het loodje leggen, het tijdelijke met het eeuwige verwisselen, inslapen, ontslapen, overlijden, verrekken, verscheiden, wijken
verdwijnen (ww) :
opgaan, ophouden, overgaan, overwaaien, slijten, smelten, vergaan, verzwinden, voorbijgaan, wegraken, wijken, zinken, zwinden
zwichten (ww) :
bezwijken, buigen, bukken, capituleren, cederen, opzij gaan, toegeven, wijken, zich overgeven
achteruitgaan (ww) :
afnemen, dalen, ebben, inzinken, terugdeinzen, teruglopen, terugwijken, verflauwen, wijken
cederen (ww) :
achteruitwijken, bezwijken, capituleren, toegeven, vallen, wijken, zwichten
terugdeinzen (ww) :
achteruitdeinzen, afdeinzen, bang zijn, terugschrikken, wijken
toegeven (ww) :
bezwijken, bijdraaien, zich overgeven, zwichten, wijken
weggaan (ww) :
uitgaan, verhuizen, wegtrekken, wijken
bukken (ww) :
toegeven, wijken, zwichten

woordverbanden van ‘wijken’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
deinzen, teruchtrekken, wijken, van plaats veranderen

DEINZEN, TERUGTREKKEN, WIJKEN, VAN PLAATS VERANDEREN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 32.

in hedendaagse spelling:
uitwijken, ontwijken, wijken, deinzen, mijden, ontgaan, ontvlieden, vlieden, vluchten, verstuiven, aftrekken

UITWIJKEN, ONTWIJKEN, WIJKEN, DEINZEN, MIJDEN, ONTGAAN, ONTVLIEDEN, VLIEDEN, VLUGTEN, VERSTUIVEN, AFTREKKEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 24.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
wijk

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0028 c