bezwijken

als woordenboektrefwoord:

bezwijken:
(bezweek, bezweken), inzakken; overwonnen worden; sterven.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bezwijken (ww):
ineenzakken, mislukken, neervallen, neerzinken, ondergaan, sterven, succumberen, te pletter vallen, zwichten
bezwijken (ww):
barsten, breken, doorzakken, het begeven, kapot gaan
bezwijken (ww):
doorslaan, toegeven

als synoniem van een ander trefwoord:

zwichten (ww) :
bezwijken, buigen, bukken, capituleren, cederen, opzij gaan, toegeven, wijken, zich overgeven
cederen (ww) :
achteruitwijken, bezwijken, capituleren, toegeven, vallen, wijken, zwichten
uitvallen (ww) :
afvallen, begeven, bezwijken, kapotgaan, stukgaan, vervallen, wegvallen
instorten (ww) :
afknappen, bezwijken, een inzinking hebben, ingeven, ziek worden
inzinken (ww) :
achteruitgaan, bezwijken, instorten, moed verliezen, verslappen
begeven (ww) :
bezwijken, breken, instorten, kapotgaan, opgeven, stukgaan
ondergaan (ww) :
bezwijken, omlaaggaan, te gronde gaan, verdwijnen, zinken
toegeven (ww) :
bezwijken, bijdraaien, zich overgeven, zwichten, wijken
vallen (ww) :
bezwijken, capituleren, cederen, zwichten
ineenzakken (ww) :
bezwijken, neerzijgen, neerzinken
neervallen (ww) :
bezwijken, flauwvallen

woordverbanden van ‘bezwijken’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

bezwijken
volhouden

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0026 c