Vertaling van 'apply' uit het Engels naar het Nederlands

apply (ww):
Put into service; make work or employ for a particular purpose or for its inherent or natural purpose
utiliseren, hanteren, benutten, aanwenden, bezigen, gebruiken, nemen, pakken, toepassen, verwerken

apply (ww):
Apply oneself to
toeleggen

apply (ww):
Be pertinent or relevant or applicable
gelden, kloppen, opgaan, strekken, uitkomen, uitstrekken, valideren, vigeren

Via: Ensyns.nl

apply (ww):
toepassen(en) —.
(de) eine Aussage oder Regel auf etwas anderes oder jemanden übertragen.
(de) etwas benutzen, um eine Aufgabe zu erledigen oder ein Ziel zu erreichen.
(de) eine Aussage oder Regel auf etwas anderes oder jemanden übertragen.
(cs) používat.
, aanbrengen(en) —., aanleggen(en) —., gelden(en) —., toeleggen(en) —., aanwenden(de) eine Aussage oder Regel auf etwas anderes oder jemanden übertragen.
(de) eine Aussage oder Regel auf etwas anderes oder jemanden übertragen.
(de) etwas benutzen, um eine Aufgabe zu erledigen oder ein Ziel zu erreichen.
, gebruikmaken(de) etwas benutzen, um eine Aufgabe zu erledigen oder ein Ziel zu erreichen.
(de) eine Aussage oder Regel auf etwas anderes oder jemanden übertragen.
(de) eine Aussage oder Regel auf etwas anderes oder jemanden übertragen.
, toedienen(pl) —.
(pl) —.
, aangaan(ru) относиться., aanraken(ru) относиться., aanvragen(sv) lämna in en formell begäran till en organisation eller myndighet om att få något., bedekken(fr) Appliquer une chose sur une autre.., beroeren(ru) относиться., betreffen(ru) относиться., trekken(ja) 薄く引き延ばす.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken

Dankzij donaties zie je op deze en volgende pagina's geen advertenties.

Wist je dat synoniemen.net een eenmansproject is? Door te doneren help je bij het voortbestaan en om advertenties hier helemaal overbodig te maken.