boud

als woordenboektrefwoord:

boud:
bn. bw. (-er, -st), onbevreesd, fier.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

boud (bn) :
stout, gewaagd, gedurfd, vrijpostig, stoutmoedig, onvervaard, driest

als synoniem van een ander trefwoord:

vrijpostig (bn) :
onbeschaamd, stout, brutaal, onbeschoft, handtastelijk, vrijmoedig, onbescheiden, ongegeneerd, frank, bruusk, impertinent, driest, boud, astrant, vrank
gewaagd (bn) :
stout, link, avontuurlijk, bloot, onzeker, gevaarlijk, gedurfd, riskant, stoutmoedig, hachelijk, vermetel, boud
stout (bn) :
moedig, dapper, gedurfd, stoutmoedig, onverschrokken, manhaftig, koen, driest, vermetel, boud
stoutmoedig (bn) :
stout, moedig, dapper, onverschrokken, manhaftig, koen, driest, onversaagd, vermetel, boud
gedurfd (bn) :
brutaal, gewaagd, dapper, stoutmoedig, driest, vermetel, boud
sterk (bn) :
overdreven, straf, kras, onwaarschijnlijk, boud

woordverbanden van ‘boud’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0029 c

[foutje]