collega

als woordenboektrefwoord:

collega:
m. (-'s), ambtgenoot.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

collega (zn):
ambtgenoot, ambtgenote, ambtsbroeder, beroepsgenoot, confrater, confrère, gelijke, gildebroeder, medelid, medewerker, vakbroeder, vakgenoot, vakgenote

als synoniem van een ander trefwoord:

maat (zn) :
broeder, buddy, collega, gabber, gezel, handlanger, kameraad, kompaan, kornuit, maatje, makker, medespeler, metgezel, partner, ploegmaat, teamgenoot, vriend, vrind
medewerker (zn) :
ambtgenoot, assistent, collaborateur, collega, employé, functionaris, gildebroeder, helper, medewerkster, werkkracht
confrater (zn) :
ambtgenoot, ambtsbroeder, ambtsgenoot, collega, confrère, gildebroeder, medebroeder, vakbroeder, vakgenoot
gelijke (zn) :
collega, evenknie, gade, naaste, partuur, pendant, portuur, weerga
kameraad (zn) :
collega

woordverbanden van ‘collega’ grafisch weergegeven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0023 c