haken

als woordenboektrefwoord:

haken:
(gehaakt), vastmaken met een haak; blijven hangen aan een haak ; haakwerk vervaardigen ; vurig verlangen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

verlangen (ww) :
begeren, blieven, haken, hongeren, hunkeren, reikhalzen, smachten, snakken, wensen, willen, zuchten
haperen (ww) :
blijven steken, haken, horten, sputteren
hangen (ww) :
haken, verlangen
punniken (ww) :
haken

woordverbanden van ‘haken’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922):

in hedendaagse spelling:
begeren, verlangen, wensen, smachten, haken, reikhalzen

229. Begeeren — verlangen — wenschen — smachten — haken — reikhalzen.

Gaarne in het bezit of genot van iets komen.

Begeeren zegt, dat men naar dat bezit of genot vrij sterk streeft: Gij zult niet begeeren uws naasten huis . Verlangen heeft de bijgedachte, dat iets nog ver is, en dus op dit oogenblik nog niet vervuld kan worden (langen is: naar iets reiken): hij verlangt er nu reeds naar, om naar 't vaderland terug te keeren. (Zie ook een andere beteekenis in No. 183.) Wenschen is: iets gaarne willen hebben, zonder te weten of de vervulling wel mogelijk is: hij wenscht in het vaderland te sterven. Smachten is zeer sterk verlangen, zoodat het min of meer onaangenaam valt, evenals iemand, die naar water smacht: Zij smachten naar het uur, waarop zij henensnellen (Tollens: Nova-Zembla); vandaar ook: smachten van verlangen. Haken is een sterk, soms overdreven, verlangen om iets naar zich toe te halen, als met een haak; hij haakt naar eer en roem. Reikhalzen is een min of meer ongeduldig sterk verlangen; het wachten valt bijna te lang (men rekt den hals uit om iets eerder te kunnen genieten): hij ziet reikhalzend naar uw komst uit.

Geeren is: op één punt uitloopen, hier: ons streven.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
begeren, willen, verstaan, wensen, verlangen, reikhalzen, trek hebben, lust hebben, zin hebben, haken, hijgen, smachten, vlammen, jagen, trachten, zuchten, zwoegen, schreeuwen, hunkeren, jeuken

BEGEEREN, WILLEN, VERSTAAN, WENSCHEN, VERLANGEN, REIKHALZEN, TREK HEBBEN, LUST HEBBEN, ZIN HEBBEN, HAKEN, HIJGEN, SMACHTEN, VLAMMEN, JAGEN, TRACHTEN, ZUCHTEN, ZWOEGEN, SCHREEUWEN, HUNKEREN, JEUKEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 109.

in hedendaagse spelling:
haken, reikhalzen

HAKEN, REIKHALZEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 230.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
haken naar, haak

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0026 c