knak

als woordenboektrefwoord:

knak:
m. (-ken), breuk ; deuk ; geluid door het breken van iets veroorzaakt.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

knak (zn):
barst, breuk, knauw, knik, krak

als synoniem van een ander trefwoord:

slag (zn) :
bons, bots, coup, deuk, dof, dreun, floep, haal, houw, kap, klak, klap, klets, klop, knak, knal, knauw, kneep, knots, lap, lel, mep, mot, oorveeg, oorvijg, oplawaai, opstopper, pardaf, patat, pats, peer, pees, percussie, pets, plakkaat, plets, plof, rol, schot, smak, stamp, stomp, stoot, tik, veeg, weerbots, zweepslag
barst (zn) :
breuk, kier, kloof, knak, reet, scheur, spleet
breuk (zn) :
barst, knak, reet, scheur
kraak (zn) :
knak, knal, krak

woordverbanden van ‘knak’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

Gepland onderhoud
Zondagochtend 9 augustus vindt serveronderhoud plaats. De site zal daardoor een poos niet bereikbaar zijn. Waarschijnlijk duurt dat minder dan een halfuur. In het slechtste geval zou het een paar uur kunnen uitlopen. Mijn excuses voor het ongemak.

debug info: 0.0022 c