miniem

als woordenboektrefwoord:

miniem:
bn. zeer gering.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

miniem (bn):
onaanzienlijk, onbeduidend, verwaarloosbaar
miniem (bn):
gering, klein, mini, minuscuul
miniem (zn):
jeugdlid, jeugdspeler, jongere, junior, pupil

als synoniem van een ander trefwoord:

onbeduidend (bn) :
bescheiden, beuzelachtig, futiel, gering, ijdel, irrelevant, klein, lullig, miniem, nestig, nietig, nietsbetekenend, nietswaardig, nietszeggend, onaanzienlijk, onbelangrijk, onbenullig, onbetekenend, onnozel, snert, weinigzeggend
futiel (bn) :
armzalig, miniem, nietig, nietswaardig, onbeduidend, onbetekenend, verwaarloosbaar
onaanzienlijk (bn) :
gering, klein, miniem, onbelangrijk, onbetekenend, petieterig
klein (bn) :
eng, krap, laag, min, miniem, nipt, smal, subtiel, zwak
microscopisch (bn) :
miniem, minuscuul
pupil (zn) :
miniem

woordverbanden van ‘miniem’ grafisch weergegeven

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

miniem
enorm

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0022 c