rouw

als woordenboektrefwoord:

rouw:
m. droefheid; rouwtijd : rouwkleren.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

rouw (zn):
droefheid, smart, treurnis
rouw (zn):
rouwbetoon, rouwklacht
rouw (zn):
rouwgoed, rouwkleding
rouw (bn):
onbeschaafd, ruw

als synoniem van een ander trefwoord:

verdriet (zn) :
bedroefdheid, chagrijn, droefenis, droefheid, hartenleed, hartzeer, kommer, kruis, leed, leedwezen, narigheid, pijn, rouw, smart, spijt, treurigheid, treurnis, wee, zeer, zorg
smart (zn) :
bedroefdheid, droefenis, droefheid, hartenleed, hartzeer, kommer, leed, leedwezen, lijden, pijn, rouw, treurigheid, treurnis, triestheid, verdriet, wee, weedom, zeer
droefheid (zn) :
afflictie, bedroefdheid, droefenis, leed, rouw, smart, somberheid, treurigheid, treurnis, triestigheid, verdriet, verslagenheid, weedom
onbeschaafd (bn) :
barbaars, bot, grof, lomp, onbeleefd, ongeciviliseerd, ongelikt, ongemanierd, onheus, onontwikkeld, onopgevoed, ordinair, plat, proleterig, rouw, rustiek, ruw, wild, woest

woordverbanden van ‘rouw’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

zie ook:
in de rouw zijn

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0016 c