Synoniemen.net gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën ("cookies"), onder andere om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Dat houdt in dat synoniemen.net het gedrag van bezoekers vastlegt, analyseert en deelt en zo de website beter afstemt op de interesses van de bezoeker. Cookies van Improve Digital en AppNexus kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen, gedragsgegevens te delen en artikelen aan te bevelen op synoniemen.net die aansluiten op je interesses.

Lees meer over ons privacy-beleid.

cookies accepteren

cookies niet accepteren


slopen

als woordenboektrefwoord:

slopen:
(gesloopt), afbreken; uitputten.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

slopen (ww):
afbreken, amoveren, met de grond gelijk maken, neerhalen, omverhalen, slechten, wegbreken
slopen (ww):
aantasten, breken, ondermijnen, uitputten, verteren
slopen (ww):
mollen, vernielen, verwoesten
slopen (ww):
demonteren, ontmantelen

als synoniem van een ander trefwoord:

vernietigen (ww) :
afmaken, decimeren, kapotmaken, kraken, liquideren, moeren, mollen, ruïneren, slopen, stukmaken, te gronde richten, uitroeien, verbouwen, verdelgen, verminken, vermorzelen, vernielen, verpletteren, verwoesten, wegvagen
vernielen (ww) :
afbreken, breken, kapotmaken, mollen, ruïneren, slopen, stukmaken, te gronde richten, verbrijzelen, verdelgen, vernietigen, verwoesten
ondermijnen (ww) :
aantasten, aanvreten, bederven, beschadigen, breken, morrelen aan, ondergraven, slopen, tornen aan, uithollen, uitputten, verzwakken
verwoesten (ww) :
platgooien, ruïneren, slopen, verdelgen, vernielen, vernietigen
uitputten (ww) :
afmatten, aftobben, radbraken, slopen, uitmergelen, vermoeien
kapotmaken (ww) :
moeren, mollen, slopen, stukmaken, vernielen, vernietigen
afbreken (ww) :
in puin slaan, kapotslaan, slechten, slopen, vernielen
slechten (ww) :
afbreken, met de grond gelijk maken, slopen
neerhalen (ww) :
omvertrekken, slopen
uitbreken (ww) :
slopen, wegbreken
verbouwen (ww) :
slopen, vernielen
demonteren (ww) :
slopen

woordverbanden van ‘slopen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
afbreken, omhalen, omverhalen, omverwerpen, slechten, slopen

Afbreken — omhalen — omverhalen — omverwerpen — slechten — sloopen. Al deze woorden geven het vernietigen te kennen van hetgeen door iemand opgebouwd, tot stand gebracht is. Sloopen heeft de ruimste beteekenis. Het geldt niet alleen van gebouwen, maar ook van roerende goederen, kasten, schepen, enz. Afbreken wordt gebezigd voor het eenigszins geregeld uit elkaar nemen van de doelen van timmer- en metselwerk, onverschillig met welk doel. De kramen worden afgebroken om ze gemakkelijker te verplaatsen. Eene kast wordt gesloopt, als men de deelen zoodanig verbreekt, dat de kast er niet weer uit kan worden samengesteld, maar dat het hout wel weder voor de vervaardiging van iets anders kan dienen. Slechten wordt het meest van metselwerk, bij voorkeur van vestingwerken of aard werk, gebezigd. Er zijn de beide bijdenkbeelden mee verbonden, dat hetgeen weggeruimd wordt, in den weg staat, en dat alles met den grond gelijk gemaakt wordt. Omhalen, omverhalen en omverwerpen worden gebezigd voor het wegruimen van een gebouw van zekere hoogte, en wel in haast en met geweld. De beide eerste geven te kennen, dat de muren naar den persoon toe worden omvergetrokken, het laatste woord dat zij worden omvergestooten in eene richting van den persoon af. Voor het om halen en slechten van gebouwen in den oorlog wordt dikwijls omverwerpen gebezigd. De bevelhebber liet alles buiten het rayon der vesting omverwerpen. De bevelhebber van een leger laat omverwerpen, wat de beweging der troepen belemmert. Bij brand laat men een gebouw omhalen om het vuur in zijn voortgang te stuiten. In figuurlijken zin worden afbreken en omverwerpen gebruikt voor het te niet doen van eene wetenschappelijke stelling, een betoog enz. Afbreken is dan meer het grondig, stuk voor stuk te niet doen van de onderdeelen, en daardoor de geheele redeneering ineen doen storten.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
afbreken, omhalen, slechten, slopen

AFBREKEN, OMHALEN, SLECHTEN, SLOOPEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 92.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

slopen
bouwen, construeren, opbouwen
zie ook:
sloop

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0043 c