heerser

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

heerser (zn):
bestuurder, despoot, dictator, gebieder, keizer, koning, monarch, sjah, soeverein, vorst

als synoniem van een ander trefwoord:

bestuurder (zn) :
beheerder, bewindhebber, bewindsman, bewindvoerder, directeur, gemachtigde, gezagsdrager, gouverneur, heerser, leider, manager, menner, regeerder, regelaar, regent, stadhouder, voerder, voerman
heer (zn) :
aga, caballero, cavalier, dominus, efendi, eigenaar, gebieder, gezagsdrager, heerser, herenboer, koning, maître, meester, radja, seigneur, sinjeur, sire, soeverein, toean, vorst
baas (zn) :
aanvoerder, bezitter, bollebof, boss, chef, directeur, eigenaar, gezagvoerder, gids, heerser, hoofd, leider, meerdere, meester, patron, patroon, superieur, verantwoordelijke
bewindsman (zn) :
beheerder, bestuurder, bewindhebber, bewindvoerder, gemachtigde, gezagsdrager, gouverneur, heerser, menner, minister, regeerder, regent, voerder
bewindvoerder (zn) :
beheerder, bestuurder, bewindhebber, gemachtigde, gezagsdrager, gouverneur, heerser, menner, minister, regeerder, regent, voerder
vorst (zn) :
groothertog, heer, heerser, keizer, koning, landsheer, monarch, opperheer, potentaat, princeps, prins, soeverein
meester (zn) :
baas, bestuurder, eigenaar, gebieder, heer, heerser, machthebber, maestro, maître, meerdere, patron, toean
koning (zn) :
gebieder, heerser, hoofd, machthebber
potentaat (zn) :
heerser, machthebber, vorst

woordverbanden van ‘heerser’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

meester:
heerser

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
beheerser, bestuurder, gebieder, heer, heerser, alleenheerser, keizer, koning, monarch, regeerder, vorst

Beheerscher — bestuurder — gebieder — heer — heerscher — alleenheerscher — keizer — koning — monarch — regeerder — vorst. Iemand, die over een volk of staat heerschappij voert. Beheerscher en heerscher stellen beide op den voorgrond, dat, 't zij door hooge geboorte, 't zij door eigen persoonlijke meerderheid, de macht aanwezig is om over het geheele volk te beschikken. Bij den beheerscher is tevens de kracht aanwezig om die macht uit te oefenen; de heerscher daarentegen kan zwak en willoos zijn. Napoleon was tijdelijk de beheerscher der wereld. Een zwak heerscher is een ramp voor zijn volk. Het woord alleenheerscher legt den nadruk op het feit, dat de macht aan één persoon toekomt, die aan niemand verantwoording Schuldig is. Monarch, letterl. alleenheerscher, is thans de algemeene titel voor ieder, die heerschappij voert, 't zij dat hij keizer is, en dus den hoogsten rang bekleedt in de rij der vorsten (eig. de eersten van hun volk), 't zij dat hij als koning regeert, 't zij, dat hij vorst is over een klein staatje. De woorden keizer en koning zijn titels, evenals vorst, dat echter ook voorkomt in den zin van hoofd van den staat (zie Prins); alle keizers en koningen zijn dus vorsten, 't omgekeerde is echter niet waar. Heer, is eveneens een titel, en wel die van den eigenaar of bezitter eener heerlijkheid. Heer van Friesland; de heer van Renswoude. 't Woord gebieder stelt eene onbeperkt en krachtig gehandhaafd gezag op den voorgrond. Ik zal u maken eenen vorst en gebieder der volken. Bij bestuurder denkt men meer aan overleg en beleid, dan aan macht of gezag; bij regeerder denkt men aan de wijze, waarop het regeeren plaats heeft.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
leidsman, wegwijzer, gids, loods, stuurman, bestuurder, regent, heerser

LEIDSMAN, WEGWIJZER, GIDS, LOODS, STUURMAN, BESTUURDER, REGENT, HEERSCHER

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 160.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

heerser
onderdaan

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0025 c