plak

als woordenboektrefwoord:

plak:
v. (-ken), oud straftuig in de scholen; onder de plak zitten, niets in te brengen hebben.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

plak (zn):
reep, schel, schijf, snede, snee, stuk, tablet
plak (zn):
aanslag, plaque, tandaanslag
plak (zn):
medaille

als synoniem van een ander trefwoord:

stuk (zn) :
aandeel, bete, brok, brokstuk, deel, eind, fragment, gedeelte, geleding, hap, homp, klomp, lap, metameer, moot, onderdeel, part, passage, pièce, plak, portie, reep, scherf, segment, snipper, stronk, wegge
snee (zn) :
plak, schijf, sneetje, tranche
moot (zn) :
plak, reep, schijf, snee, stuk
schijf (zn) :
moot, plak, ring, schel, snede
schel (zn) :
plak, schijf, sneetje
tablet (zn) :
chocoladereep, plak

woordverbanden van ‘plak’ grafisch weergegeven

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
plak, plek, vlak, vlek, smet, klad

PLAK, PLEK, VLAK, VLEK, SMET, KLAD

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 101.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

Gepland onderhoud
Zondagochtend 9 augustus vindt serveronderhoud plaats. De site zal daardoor een poos niet bereikbaar zijn. Waarschijnlijk duurt dat minder dan een halfuur. In het slechtste geval zou het een paar uur kunnen uitlopen. Mijn excuses voor het ongemak.

debug info: 0.0023 c