Synoniemen.net gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën ("cookies"), onder andere om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Dat houdt in dat synoniemen.net het gedrag van bezoekers vastlegt, analyseert en deelt en zo de website beter afstemt op de interesses van de bezoeker. Cookies van Improve Digital en AppNexus kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen, gedragsgegevens te delen en artikelen aan te bevelen op synoniemen.net die aansluiten op je interesses.

Lees meer over ons privacy-beleid.

cookies accepteren

cookies niet accepteren


gedeelte

als woordenboektrefwoord:

gedeelte:
o. (-n), deel, stuk van een geheel.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

gedeelte (zn):
deel, fragment, onderdeel, pars, part, portie, sectie, stuk, geleding, segment
gedeelte (zn):
kaveling
gedeelte (zn):
passage

als synoniem van een ander trefwoord:

stuk (zn) :
aandeel, bete, brok, brokstuk, deel, eind, fragment, gedeelte, geleding, hap, homp, klomp, lap, metameer, moot, onderdeel, part, passage, pièce, plak, portie, reep, scherf, segment, snipper, stronk, wegge
deel (zn) :
aandeel, element, flard, gedeelte, geleding, hap, ingrediënt, metameer, onderdeel, pak, pakket, pars, part, portie, segment, stuk, stukje
fragment (zn) :
brokstuk, deel, flard, fractie, gedeelte, onderdeel, part, restant, scherf, segment, snipper, stuk, stukje
hoeveelheid (zn) :
aantal, dosis, gedeelte, getal, hoop, kwantiteit, kwantum, partij, portie, quantum, tal
onderdeel (zn) :
afdeling, constituent, deel, divisie, gedeelte, lid, punt, sectie, tak, vertakking
segment (zn) :
deel, element, fragment, gedeelte, geleding, onderdeel, part, stuk, stukje
sectie (zn) :
afdeling, gedeelte, groep, onderdeel, ploeg, vakgroep
aandeel (zn) :
deel, gedeelte, geleding, onderdeel, part, portie
passage (zn) :
citaat, gedeelte, passus, stuk, zinsnede
sector (zn) :
district, gebied, gedeelte, zone
part (zn) :
aandeel, deel, gedeelte, portie
lid (zn) :
gedeelte, geleding, onderdeel

woordverbanden van ‘gedeelte’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

deel:
gedeelte, aandeel, lid, stuk (niet: band)
stuk:
deel, gedeelte, part, eind, lap, brok, blok, homp, stomp, mop, klont, scherf, schilfer, schaard, snipper, kruimel

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aandeel, deel, gedeelte

Aandeel — deel — gedeelte. Met aandeel is, in onderscheiding-van deel en gedeelte, altijd het denkbeeld van eigendom, bezitting of deelgenootschap verbonden. Het is dat deel van iets, dat iemand in eigendom behoort of toekomt. Deel en gedeelte drukken de betrekking van iets tot het geheel uit, in zoover als het samen met andere deelen het geheel uitmaakt. Deel gebruikt men waar men minder de eenheid van het geheel op den voorgrond plaatst, maar alleen aangeeft waartoe iets behoort of waaruit iets bestaat. Bij gedeelte houdt men het geheel altijd in het oog en stelt men het eene deel tegenover het andere. De verschillende deelen van het lichaam. Een gedeelte van den grond was beplant, het andere moest nog omgeploegd worden. Een werk in vijf deelen. Overdrachtelijk gebruikt voor de belangstelling, die men toont, het deel, dat men voor zichzelf neemt in het wedervaren van anderen, drukt aandeel dit denkbeeld iets sterker uit dan het thans meer gebruikelijke deel. Aandeel staat ook voor aandeelbewijs, de oorkonde over de deelneming aan het kapitaal eener bepaalde zaak.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
aandeel, deel, gedeelte, stuk

218. Aandeel — deel — gedeelte — stuk.

Wat met andere te samen een geheel uitmaakt.

Deel stelt vooral de tegenstelling met het geheel op voorgrond: dat is maar een deel van de waarheid; het zesde deel. Bij gedeelte denkt men meer aan een bepaald deel in tegenstelling met een ander: Het eerste gedeelte van den weg is zonnig: het volgende gedeelte niet. Stuk zegt, dat iets van 't geheel is losgemaakt, 't zij door toeval of met opzet: een stuk van een vaas; een stuk vleesch. Aandeel beteekent het deel, dat iemand toekomt, en onderstelt dus een verdeeling onder twee of meer personen.

Ik vermoed, omdat een oud mensen reeds de dagen gaat tellen, inplaats van de jaren.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
aandeel, deel, gedeelte

AANDEEL, DEEL, GEDEELTE

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 9.

in hedendaagse spelling:
deel, onderdeel, smaldeel, gedeelte, aandeel, aangelegenheid, aanbelang, belangen, betreffen, raken, aangan

DEEL, ONDERDEEL, SMALDEEL, GEDEELTE, AANDEEL, AANGELEGENHEID, AANBELANG, BELANGEN, BETREFFEN, RAKEN, AANGAN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 10.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

gedeelte
compleet, geheel, heel, totaal, volledig, voluit

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.004 c