betreffen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

betreffen (ww):
aanbelangen, aangaan, gelden, raken, slaan op, treffen
betreffen (ww):
gaan over, handelen over, te maken hebben met

als synoniem van een ander trefwoord:

gelden (ww) :
aanbelangen, aangaan, betreffen, doelen op, heersen, meespelen, raken, spelen
aangaan (ww) :
aanbelangen, bekommeren, betreffen, gelden, raken
slaan (ww) :
aanbelangen, aangaan, betreffen
treffen (ww) :
aangaan, bereiken, betreffen
passen (ww) :
betreffen, slaan op
raken (ww) :
aangaan, betreffen
handelen (ww) :
betreffen, gaan

woordverbanden van ‘betreffen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

aangaan:
betreffen
betreffen:
gelden, raken, aangaan
gelden:
rekenen, meerekenen, meetellen, betreffen, aangaan, raken
treffen:
betreffen, aangaan

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aanbelangen, belangen, aangaan, betreffen, raken

Aanbelangen — belangen — aangaan — betreffen — raken. De beide eerste woorden zijn alleen in den 3den persoon enkelv. tegenw. tijd in gebruik na de woorden wat, zoover en zooveel. Zij zijn deftiger dan aangaan en betreffen, en drukken meer uit, dat een of ander belang of voordeel met de zaak gemoeid is. Wat mij aanbelangt, kunt ge uw gang gaan. Tusschen betreffen en aangaan bestaat geen verschil, dan alleen dat met aangaan het denkbeeld van persoonlijke deelneming verbonden is. Dat betreft u niet, d. i. de zaak is niet gezegd of gedaan met het oog op u; dat gaat u niet aan, gij hebt geen reden om u de zaak aan te trekken, uw belang is er niet mede gemoeid. Gemeenzamer en dikwijls met eene bijgedachte van toorn, is raken: Wat raakt u dat? In een ontkennenden zin is het zelfs plat. Dat raakt u niet.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
betreffen, raken, aangaan

210. Betreffen — raken — aangaan.

Met iets te maken hebben.

Aangaan onderstelt, dat ons belang er mee gemoeid is, evengoed als van een ander. Wacht, ik zal goed luisteren, want wat de spreker daar zegt, gaat ook mij aan. Loop maar door, het gaat jou niet aan. Betreffen is als 't ware meer een treffen, een mikken, een raken op iemand, al schijnen ook anderen bedoeld: Die vermaning betreft mij. (Wat de spreker daar zegt, gaat niet anderen aan, maar bepaaldelijk mij; hij vermaant mij persoonlijk, al zegt hij het niet uitdrukkelijk.) Raken is de platte uitdrukking voor aangaan: Raakt jou dat? Dat raakt je niet.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
aanbelangen, belangen, betreffen, aangaan

AANBELANGEN, BELANGEN, BETREFFEN, AANGAAN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 2.

in hedendaagse spelling:
deel, onderdeel, smaldeel, gedeelte, aandeel, aangelegenheid, aanbelang, belangen, betreffen, raken, aangan

DEEL, ONDERDEEL, SMALDEEL, GEDEELTE, AANDEEL, AANGELEGENHEID, AANBELANG, BELANGEN, BETREFFEN, RAKEN, AANGAN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 10.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0025 c