schreien

als woordenboektrefwoord:

schreien:
(geschreid), schreeuwend roepen ; huilen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

schreien (ww):
huilen, snikken, wenen
schreien (ww):
roepen, schreeuwen

als synoniem van een ander trefwoord:

schreeuwen (ww) :
balken, blèren, brullen, bulken, een grote bek opzetten, gillen, huilen, janken, kijven, krijsen, krijten, loeien, roepen, schetteren, schreien, snateren
huilen (ww) :
blèren, brullen, drenzen, grienen, janken, jengelen, kermen, krijten, loeien, schreien, snikken, snotteren, tranen, wenen
simmen (ww) :
dreinen, janken, jengelen, schreien, simpen, zeuren
krijten (ww) :
blèren, gillen, huilen, janken, schreien, wenen

woordverbanden van ‘schreien’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

schreien:
wenen
wenen:
schreien, huilen, krijten, grienen, guiten

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
grijnen, huilen, kermen, kreunen, krijten, schreien, wenen

Grijnen — huilen — kermen — kreunen — krijten — schreien — weenen. Zijne smart door het uiten van geluiden en het storten van tranen aan den dag leggen. De weenende maakt geen, de schreiende weinig, de huilende veel misbaar. Grijnen wordt inzonderheid gezegd van het schreien van knorrige kinderen. Bij alle vier worden tranen gestort; dit kan ook het geval zijn bij krijten, eigenlijk kreten uiten, dat dikwijls voor huilen of schreeuwen gezegd wordt. Kermen en kreunen geven te kennen dat de geluiden het gevolg zijn van pijn of smart; kreunen wordt meer gezegd van een zacht geluid, kermen van een sterker geluid, met weeklagen vermengd; huilen en kreunen worden ook gebruikt om de uitingen van dieren uit te drukken, de andere woorden niet.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
grijnen, huilen, krijten, schreien, wenen, kermen, kreunen

GRIJNEN, HUILEN, KRIJTEN, SCHREIJEN, WEENEN, KERMEN, KREUNEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 221.

in hedendaagse spelling:
grimmen, bulken, huilen, schreien, wenen, krijten, tjanken, kermen, lamenteren, weeklagen, jammeren

GRIMMEN, BULKEN, HUILEN, SCHREIJEN, WEENEN, KRIJTEN, TJANKEN, KERMEN, LAMENTEREN, WEEKLAGEN, JAMMEREN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 197.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

schreien
lachen

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.003 c