blind

als woordenboektrefwoord:

blind:
o. (-en), vensterluik.
blind:
bn. (-er, -st), van het gezicht beroofd; een blinde klip, die onder water is.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

blind (bn):
goedgelovig, kritiekloos, onkritisch, onvoorwaardelijk, slaafs
blind (bn):
stekeblind
blind (zn):
luik, vensterluik

als synoniem van een ander trefwoord:

onvoorwaardelijk (bn) :
blind, categorisch, effectief
afgodisch (bn) :
blind
luik (zn) :
blind

woordverbanden van ‘blind’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

blind
zichtbaar

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT (i) (ii) (iii) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0022 c