hol

als woordenboektrefwoord:

hol:
m. het hollen.
hol:
bn. inwendig ledig ; holle phrasen, zinledig; een holle zee, onstuimig.
hol:
o. (-en), uitholling; donker, naar verblijf. holletje, o. (-s).

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

hol (bn):
ijdel, inhoudsloos, leeg, loos, nietszeggend, onbeduidend
hol (bn):
concaaf, holrond, leeg, uitgehold
hol (bn):
diepliggend, ingevallen
hol (bn):
ruim
hol (zn):
holte, schuilplaats
hol (zn):
grot, spelonk

als synoniem van een ander trefwoord:

gat (zn) :
bres, gaatje, hol, holligheid, holte, kuil, opening, scheur, uitholling
spelonk (zn) :
berghol, caverne, grot, hol
krocht (zn) :
hol, spelonk
nest (zn) :
hol, leger
leeg (bn) :
hol, inhoudsloos, kaal, ledig, leegstaand, lens, loos, onbebouwd, onbeduidend, onbelast, onbewoond, onbezet, ongevuld, op, openstaand, uitgeput, uitgestorven, vacant, verlaten
bombastisch (bn) :
gekunsteld, gezwollen, hol, hoogdravend, opgeblazen, opgeschroefd, opzichtig, pompeus, retorisch
holrond (bn) :
concaaf, hol

woordverbanden van ‘hol’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
grot, hol, spelonk

Grot — hol — spelonk. Door holen verstaat men inzonderheid holten in de bergen, die tot schuilplaats kunnen dienen, klein en nauw zijn, en meestal moeilijk toegankelijk, terwijl men grot gebruikt voor grootere ruimten in de bergen, hetzij ze moeilijk of gemakkelijk toegankelijk zijn; grotten bestaan soms uit een aantal holen; spelonken zijn enge holen van eene mindere of meerdere uitgestrektheid. Vooral in de vorige eeuw werden veel kunstgrotten (uit boomwortels, mos, schelpen en koralen vervaardigd) in parken en tuinen tot versiering gebouwd. De grot van Han; de blauwe grot op Capri. De vos bewoont een hol in 't dichtst van het woud, dat de das soms gegraven heeft.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
holte, hol, grot, spelonk

HOLTE, HOL, GROT, SPELONK

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 252.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

hol
bol, massief
zie ook:
op hol slaan

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT (i) (ii) (iii) (iv) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0024 c