onafgebroken

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

onafgebroken (bn):
aan één stuk door, aaneengeschakeld, aanhoudend, achtereen, constant, dag en nacht, de klok rond, doorlopend, non-stop, ononderbroken, onophoudelijk, onophoudend, permanent, voortdurend
onafgebroken (bn):
aaneengeschakeld, doorlopend

als synoniem van een ander trefwoord:

aanhoudend (bn) :
aldoor, almaar, bestendig, blijvend, constant, continu, continueel, duurzaam, gedurig, gestaag, gestadig, non-stop, onafgebroken, onophoudelijk, onophoudend, staag, stadig, steeds, volhardend, voortdurend
bestendig (bn) :
aanhoudend, blijvend, constant, duurzaam, eeuwig, gestadig, hecht, houdbaar, onafgebroken, onveranderlijk, onwankelbaar, permanent, stabiel, standvastig, steeds, stilstaand, trouw, vast, voortdurend
permanent (bn) :
aanhoudend, altijddurend, bestendig, blijvend, constant, definitief, duurzaam, onafgebroken, onveranderlijk, vast, voor altijd, voorgoed, voortdurend
continu (bn) :
aanhoudend, constant, doorlopend, eindeloos, gestaag, gestadig, niet aflatend, onafgebroken, ononderbroken, onophoudelijk, voortdurend
gestadig (bn) :
aanhoudend, aldoor, bestendig, gedurig, gestaag, onafgebroken, onophoudelijk, onverstoorbaar, regelmatig, voortdurend
ongestoord (bn) :
kalm, onafgebroken, onbelemmerd, onbewogen, ongehinderd, onverstoord, rustig, vredig
geregeld (bn) :
doorlopend, onafgebroken, voortdurend
voortdurend (bw) :
aanhoudend, almaar, alsmaar, altijd, bestendig, chronisch, constant, continu, continueel, doorlopend, gedurig, gestaag, gestadig, niet aflatend, onafgebroken, ononderbroken, onophoudelijk, onophoudend, permanent, steeds, strijk en zet
onophoudelijk (bw) :
aanhoudend, constant, continu, eeuwig, gedurig, gestadig, onafgebroken, onophoudend, steeds, voortdurend
achtereenvolgens (bw) :
achtereen, achtereenvolgend, onafgebroken, respectievelijk, successievelijk

woordverbanden van ‘onafgebroken’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aanhoudend, bestendig, blijvend, duurzaam, gedurig, gestadig, langdurig, onafgebroken, onophoudelijk, voortdurend

Aanhoudend — bestendig — blijvend — duurzaam — gedurig — gestadig — langdurig — onafgebroken — onophoudelijk — voortdurend. Alle geven het voortduren van eene werking of van een toestand te kennen. Blijvend en duurzaam worden bovendien van stoffelijke zaken gezegd. Bij bestendig en onafgebroken denkt men aan eene voortduring zonder, bij gedurig en gestadig aan de herhaling van een zelfde geval met tusschenpoozen; gedurig komt meer in ongunstigen zin voor, gestadig heeft meest eene gunstige beteekenis: Uw bestendig welzijn, onafgebroken klachten, gedurige pijn, gestadige afwisseling. Onophoudelijk kan zoowel gezegd worden van een handeling, die onafgebroken voortduurt, als van een werking die zich gedurig herhaalt, en heeft doorgaans een ongunstigen zin: onophoudelijk geklaag, gezanik. Aanhoudend staat gelijk met bestendig, met dit onderscheid, dat dit laatste alleen in goeden zin gebruikt wordt: aanhoudende koude, bestendige vriendschap, bestendig weer. Tusschen blijvend en duurzaam, ook als zij op stoffelijke zaken toegepast worden, bestaat dit onderscheid, dat duurzaam te kennen geeft, dat eene zaak uit zich zelf de geschiktheid heeft om lang te duren, terwijl blijvend op het lange voortduren zelf ziet. Duurzaam geluk. Een blijvend gedenkteeken. Langdurig zegt alleen dat iets lang duurt, doch het bepaalt niets omtrent de hoedanigheid. Voortdurend drukt eenigszins hetzelfde uit, doch met de bijgedachte, dat hetgeen sinds eenigen tijd zoo geweest is, nog op het oogenblik, dat men spreekt, onveranderd is. Deze voortdurende hitte zal wel door onweder gevolgd worden. Dezen winter hadden wij eene langdurige koude.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
onwankelbaar, standvastig, volstandig, bestendig, gestadig, gedurig, duurzaam, voortdurend, aanhoudend, onafgebroken, ongestoord, onstoorbaar, onverderfelijk, onverwelkbaar, onvergankelijk

ONWANKELBAAR, STANDVASTIG, VOLSTANDIG, BESTENDIG, GESTADIG, GEDURIG, DUURZAAM, VOORTDUREND, AANHOUDEND, ONAFGEBROKEN, ONGESTOORD, ONSTOORBAAR, ONVERDERFELIJK, ONVERWELKBAAR, ONVERGANKELIJK

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 361.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

onafgebroken
nimmer, nooit

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0027 c