ongestoord

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

ongestoord (bn):
kalm, onafgebroken, onbelemmerd, onbewogen, ongehinderd, onverstoord, rustig, vredig
ongestoord (bn):
ononderbroken

als synoniem van een ander trefwoord:

stil (bn) :
bewegingloos, eenzaam, geluidloos, geruisloos, kalm, muisstil, ongemoeid, ongestoord, onhoorbaar, roerloos, rustig, stiekem, stilzwijgend, terughoudend, vredig, zacht, zachtjes, zwijgend, zwijgzaam
rustig (bn) :
bedaard, beheerst, bezadigd, cool, gedeisd, gerust, kalm, kalmpjes, onbewogen, ongestoord, profijtelijk, profijtig, senang, statisch, stil, vredig, vreedzaam
onbewogen (bn) :
bedaard, effen, flegmatiek, kalm, onaandoenlijk, ongeroerd, ongestoord, onverstoorbaar, onverstoord, roerloos, rustig, strak, vreedzaam
ongehinderd (bn) :
onbelemmerd, ongemoeid, ongestoord, vrijelijk, vrijuit
vredig (bn) :
kalm, ongestoord, rustig, sereen, stil, vreedzaam
vreedzaam (bn) :
kalm, ongestoord, rustig, sereen, stil, vredig
ongemoeid (bn) :
ongehinderd, ongestoord

woordverbanden van ‘ongestoord’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
onwankelbaar, standvastig, volstandig, bestendig, gestadig, gedurig, duurzaam, voortdurend, aanhoudend, onafgebroken, ongestoord, onstoorbaar, onverderfelijk, onverwelkbaar, onvergankelijk

ONWANKELBAAR, STANDVASTIG, VOLSTANDIG, BESTENDIG, GESTADIG, GEDURIG, DUURZAAM, VOORTDUREND, AANHOUDEND, ONAFGEBROKEN, ONGESTOORD, ONSTOORBAAR, ONVERDERFELIJK, ONVERWELKBAAR, ONVERGANKELIJK

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 361.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

ongestoord
gestoord

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0027 c