effen

als woordenboektrefwoord:

effen:
bn. (-er, -st), gelijk, glad; eenvoudig.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

effen (bn):
egaal, even, gelijk, gelijkmatig, glad, plat, rimpelloos, strak, uitdrukkingsloos, uitgestreken, uni, vlak
effen (bn):
egaal, glad, onverschillig, toonloos, vlak
effen (bn):
koel, onaangedaan, onbewogen

als synoniem van een ander trefwoord:

onbewogen (bn) :
bedaard, effen, flegmatiek, kalm, onaandoenlijk, ongeroerd, ongestoord, onverstoorbaar, onverstoord, roerloos, rustig, strak, vreedzaam
vlak (bn) :
afgeplat, effen, egaal, gelijk, glad, horizontaal, kaal, open, plat, uitgestrekt, waterpas
glad (bn) :
effen, egaal, gelijk, gepolijst, kaal, ongerimpeld, vlak
egaal (bn) :
effen, even, gelijk, gelijkmatig, plat, vlak
uitgestreken (bn) :
effen, onbewogen, schijnheilig, strak
plat (bn) :
afgeplat, dun, effen, ondiep, vlak
gelijk (bn) :
effen, egaal, glad, pas, vlak
gelijkmatig (bn) :
effen, egaal, stabiel, vlak
eenkleurig (bn) :
effen, monochroom, uni
neutraal (bn) :
effen, onbewogen
slecht (bn) :
effen, glad
strak (bn) :
effen

woordverbanden van ‘effen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

effen, glad, plat, slecht, vlak

Effen is het tegenovergestelde van hobbelig; glad van ruw; plat van gebogen; vlak van vol hoogten en laagten. Een effen weg. Een gladde kin. Een gladde stijl. Een plat vlak. Het vlakke veld. De vlakke (platte) hand. Oudtijds had ook slecht deze beteekenis; behalve in dialect is het als zeeterm nog in dezen zin in gebruik: slecht water — effen zee. Slecht en recht. Zie ook Gemeen en Boos.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 146:

effen, glad, plat, vlak

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

effen
hobbelig, oneffen, ruig, ruw, warm

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0023 c