schepsel

als woordenboektrefwoord:

schepsel:
o. (-en, -s), geschapen wezen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

schepsel (zn):
creatuur, dier, mens, wezen

als synoniem van een ander trefwoord:

product (zn) :
brouwsel, maaksel, opbrengst, resultaat, schepping, schepsel, uitkomst, voortbrengsel, vrucht
mens (zn) :
eenling, enkeling, individu, mensenkind, schepsel, sterveling, ziel
dier (zn) :
beest, creatuur, gedierte, huisdier, mormel, schepsel
wezen (zn) :
creatuur, organisme, persoon, schepsel, être
être (zn) :
creatuur, kreng, mens, schepsel, wezen

woordverbanden van ‘schepsel’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
ding, voorwerp, zaak, schepsel, wezen

Ding — voorwerp — zaak — schepsel — wezen. Ding is de algemeene benaming van al wat bestaat, geschiedt, gedaan of gezegd wordt; bij voorkeur zegt men het van iets, dat levenloos is. Voorwerp noemt men iets wat voor ons oog duidelijk begrensd is, wat eene plaats in de ruimte inneemt, hetzij dit, leven heeft of niet. Zaak noemt men de (wezenlijk of denkbeeldig) bestaande dingen, voor zoover zij met ons in betrekking staan; verder ook handelingen en toestanden. Tusschen zaak en ding bestaat in de taal van het dagelijksch leven weinig onderscheid. Ding is hierin meer in gebruik dan zaak. De uitbreiding der Russische macht in het Oosten is eene zaak, die meer dan één Europeesch kabinet de levendigste bezorgdheid inboezemt. Boomen, planten, schapen, runderen zijn dingen, wanneer zij geheel op zich zelf beschouwd worden. Heeft men echter hunne beteekenis voor den mensch op het oog, dan laten zij zich met den naam van zaken bestempelen. Eene der nuttigste zaken, die. Amerika heeft opgeleverd, is de quinine. De merinos zijn voor Spanje eene zaak van groot gewicht. De namen schepsel en wezen hebben uitsluitend betrekking op menschen en dieren. Schepsel is eigenlijk alles wat geschapen is. Wezen ziet meer op de eigenaardige wijze van zijn, van bestaan, waardoor dingen van eene bepaalde soort zich van dingen van andere soorten onderscheiden. De wezens onderscheidt men in redelijke en redelooze, menschelijke en dierlijke, hoogere en lagere, enz. De grootheid en de macht des Scheppers is zichtbaar in al zijne schepselen. Het Opperwezen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
onderwerp, voorwerp, stof, zaak, ding, schepsel, wezen

ONDERWERP, VOORWERP, STOF, ZAAK, DING, SCHEPSEL, WEZEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 413.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0024 c