laken

als woordenboektrefwoord:

laken:
o. (-s), wollen weefsel; linnen of katoenen bekleedsel voor bed of tafel.
laken:
(gelaakt), afkeuren ; misprijzen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

laken (ww):
afkeuren, berispen, blameren, censureren, gispen, misprijzen

als synoniem van een ander trefwoord:

afkeuren (ww) :
afbreken, afkammen, afkraken, afmaken, berispen, geselen, gispen, hekelen, kritiseren, laken, misprijzen, neersabelen, veroordelen, wraken
bekritiseren (ww) :
afkeuren, afkraken, bedillen, berispen, gispen, hekelen, laken, terechtwijzen, veroordelen
veroordelen (ww) :
afkeuren, afwijzen, bekritiseren, doemen, laken, vervloeken, verwerpen, wraken
misprijzen (ww) :
afkeuren, laken
censureren (ww) :
laken, wraken

woordverbanden van ‘laken’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
afkeuren, laken, misprijzen, de staf breken over, veroordelen

Afkeuren — laken — misprijzen — den staf breken over — veroordeelen. Afkeuren en veroordeelen zijn het meest gebruikelijk, vooral in de spreektaal. In misprijzen wordt slechts gedeeltelijk ontkend, dat iets lof- of prijswaardig is; het is dus het zwakste van de vier. Afkeuren staat tegenover goedkeuren. laken tegenover prijzen; het laatste is sterker dan het eerste. Wij keuren iets af, wanneer het niet met onze keuze overeenkomt, of ongeschikt, onbruikbaar of strijdig met onze begrippen van goed of schoon bevonden is; wij laken en veroordeelen het, wanneer het daarmede geheel in tegenspraak is. Laken is een afkeurend oordeel uitspreken, terwijl veroordeelen, de sterkste afkeuring uitdrukt. Ook de figuurlijke uitdrukking den staf breken over, drukt hetzelfde uit als veroordeelen; daar het de symbolische handeling bij het ter dood veroordeelen was, heeft het dezelfde beteekenis als: iets sterk veroordeelen. Wat de een afkeurt, keurt de ander goed. Men laakte zijn schandelijk gedrag. De critiek heeft zijn werk veroordeeld. Ik misprijs het in u, dat ge uw gevoelen niet altijd openlijk durft uitspreken.

in hedendaagse spelling:
bedillen, berispen, gispen, laken

Bedillen — berispen — gispen — laken. Zijne afkeuring te kennen geven. De sterkste beteekenis heeft laken. Men laakt wat volstrekt af te keuren is. Berispen, gispen, bedillen sluiten eene bijgedachte in; het eerste dat een meerdere zijne afkeuring streng en met redenen omkleed te kennen geeft, het tweede die van eene scherpe en hekelende, het derde van eene vitterige, kleingeestige, dikwijls ongegronde afkeuring. Oude lieden zijn soms bedilziek: men kan hun moeielijk iets naar den zin doen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
laken, berispen, gispen, vitten, bedillen

139. Laken — berispen — gispen — vitten — bedillen.

Een afkeurend oordeel vellen.

Laken zegt, dat iets onvoorwaardelijk is af te keuren en heeft hoofdzakelijk betrekking op handelingen, niet op de personen zelf. Zijn onbetamelijk gedrag werd door ieder gelaakt.

Berispen heeft de bijgedachte, dat een meerdere zijn mindere diens verkeerde handelingen onder 't oog brengt en hem in afkeurende woorden daarover bestraft; het wordt dus van de personen zelf gezegd. De onderwijzer berispte den leerling over het slordige werk.

Gispen (d.i. met een gisp of roede slaan) geeft te kennen, dat men in scherpe bewoordingen iemands handelingen afkeurt of hekelt. Het opzettelijk beleedigen van den gezant, waartoe de minister zich had laten verleiden, werd door de vredespartij streng in hem gegispt. (Het komt hoofdzakelijk alleen in de schrijftaal voor.)

Bedillen wijst aan, dat men op iemands doen en laten kleingeestige aanmerkingen maakt uit zekere zucht om zich met alles te bemoeien. Zijn afkeurende critiek behoeft gij u niet aan te trekken: hij staat algemeen bekend als iemand, die iedereen wil bedillen.

Ontstaat de afkeuring uit afgunst en ontaardt zij in een breed uitmeten van allerlei nietigheden of kleine gebreken, dan spreekt men van vitten. Ik had wel gedacht, dat hij op dit boek zou gaan vitten: hij is jaloersch op den opgang, dien het maakt.

Het valt zonder twijfel in hem te —, dat hij zijn ouders niet beter ondersteunt.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bedillen, berispen, bestraffen, gispen, laken

BEDILLEN, BERISPEN, BESTRAFFEN, GISPEN, LAKEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 220.

in hedendaagse spelling:
bespotten, beschimpen, honen, lasteren, blameren, laken, laag vallen, smalen, smaden, versmaden, verachten

BESPOTTEN, BESCHIMPEN, HONEN, LASTEREN, BLAMEREN, LAKEN, LAAG VALLEN, SMALEN, SMADEN, VERSMADEN, VERACHTEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 338.

in hedendaagse spelling:
misprijzen, laken

MISPRIJZEN, LAKEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 431.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0026 c