afgeven

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

afgeven (ww):
aangeven, afdragen, afleveren, afstaan, geven, inleveren, leveren, opgeven, overgeven, overhandigen, overmaken
afgeven (ww):
aanreiken, bezorgen, overhandigen
afgeven (ww):
deponeren, neerleggen
afgeven (ww):
afkammen, schelden
afgeven (ww):
inlaten, omgaan
afgeven (ww):
capituleren
afgeven (ww):
verspreiden
afgeven (ww):
uitreiken
afgeven (ww):
vlekken

als synoniem van een ander trefwoord:

leveren (ww) :
aanleveren, aanvoeren, afgeven, afleveren, bevoorraden, bezorgen, bieden, brengen, fourneren, geven, opleveren, overdragen, overleveren, produceren, schaffen, toeleveren, toevoeren, verschaffen, verstrekken, voorzien
geven (ww) :
aanbieden, aangeven, aanreiken, afgeven, afstaan, bezorgen, cadeau doen, leveren, schenken, toebedelen, toedienen, toesteken, uitreiken, verschaffen, verschenken, verstrekken, weggeven
aanbieden (ww) :
aangeven, aanreiken, afgeven, doneren, geven, langen, offeren, offreren, opgeven, overhandigen, presenteren, reiken, schenken, toesteken, toevertrouwen, voorhouden
overgeven (ww) :
afgeven, afstaan, afstand doen van, inleveren, opgeven, overdragen, overhandigen, overlaten, overleveren, prijsgeven, toevertrouwen, uitleveren
overhandigen (ww) :
aanbieden, aangeven, aanreiken, afgeven, geven, indienen, opgeven, overgeven, overleveren, overreiken, ter hand stellen, toesteken, uitreiken
bezorgen (ww) :
afgeven, afleveren, bedelen, bestellen, brengen, geven, leveren, opleveren, overhandigen, verlenen, verschaffen, verzorgen
overleveren (ww) :
afgeven, leveren, overdragen, overgeven, overhandigen, prijsgeven
neerleggen (ww) :
afgeven, afstand doen van, opgeven, resigneren, zich ontdoen van
afleveren (ww) :
afgeven, bestellen, bezorgen, brengen, leveren, overhandigen
deponeren (ww) :
afgeven, in bewaring geven, inleggen, opslaan, overleggen
droppen (ww) :
achterlaten, afgeven, afleveren, afzetten, neerleggen
inleveren (ww) :
afgeven, binnenbrengen, indienen, overgeven
afscheiden (ww) :
afgeven, uitscheiden, uitzweten
schimpen (ww) :
afgeven, honen, schelden
hakken (ww) :
afgeven, vitten
afdragen (ww) :
afgeven
vlekken (ww) :
afgeven

woordverbanden van ‘afgeven’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
afgeven, aflangen, afreiken

Afgeven — aflangen — afreiken. Iets dat men tijdelijk onder zich heeft, aan een ander ter hand stellen. Bij afgeven staat meer op den voorgrond het bepaalde oogmerk om zich hierdoor van de zorg of de bewaring te ontheffen. Een brief afgeven. Bij aflangen en afreiken staat meer op den voorgrond het denkbeeld, dat men niet opzettelijk uitgaat om de zaak over te dragen, maar meer in het voorbijgaan het voorwerp overreikt. Intusschen wordt ook afgeven dikwijls in dezen zin gebezigd. Het onderscheid tusschen aflangen en afreiken is meer dialectisch; afreiken tegenover afgeven heeft meer het overreiken van het toevertrouwde op het oog. Wilt gij dit pakje bij mijn broeder aflangen? Reik dit pak even af bij den boekhandelaar.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

afgeven
incasseren, krijgen, ontvangen, verkrijgen
zie ook:
afgeven op, damp afgeven, rook afgeven, zich afgeven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0035 c