geleiden

als woordenboektrefwoord:

geleiden:
(geleidde, geleid), vergezellen ; voeren.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

leiden (ww) :
begeleiden, brengen, de weg wijzen, drijven, geleiden, gidsen, loodsen, meenemen, mennen, piloteren, rondleiden, voeren
begeleiden (ww) :
accompagneren, chaperonneren, escorteren, geleiden, samengaan, vergezellen, voeren, wegbrengen
besturen (ww) :
bedienen, behandelen, bestieren, dirigeren, geleiden, loodsen, manoeuvreren, navigeren, rijden
aanvoeren (ww) :
besturen, commanderen, geleiden, leiden, vooropgaan
voeren (ww) :
besturen, geleiden, leiden, mennen, rijden, trekken

woordverbanden van ‘geleiden’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
geleiden, begeleiden, vergezellen

Geleiden — begeleiden — vergezellen. Met iemand medegaan. Vergezellen doet men alleen om hem gezelschap te houden. Geleiden is met iemand medegaan als eerbewijzing of als maatregel van veiligheid of voorzorg, dat deze niet van den weg afdwale. In begeleiden, staat meer op den voorgrond dat het als eerbewijzing geschiedt. Ik zal u op dien vervelenden tocht vergezellen. De Heer geleide U. Iemand des avonds huiswaarts geleiden.

in hedendaagse spelling:
geleiden, leiden

Geleiden — leiden. Het eerste verschilt van het laatste door het voorvoegsel, dat de vergezelling uitdrukt. Bij leiden wordt de persoon, die leidt als hoofdpersoon gedacht; bij geleiden, de persoon, dien men ge leidt. Iemand naar den kansel geleiden. De veldheer leidt zijne troepen naar den strijd.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
geleid, geleide

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0022 c