bedelen

als woordenboektrefwoord:

bedelen:
(gebedeld), aanhoudend vragen ; aalmoezen vragen.
bedelen:
(bedeeld), een vaste uitdeling aan behoeftigen geven.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bedelen (ww):
begiftigen, bezorgen, distribueren, geven, ronddelen, toedelen, toerusten, toewijzen, uitdelen, voorzien van
bedelen (ww):
aalmoes vragen, bietsen, dalven, de hand ophouden, schooien, schooieren
bedelen (ww):
smeken, soebatten, vragen
bedelen (ww):
begunstigen, helpen

als synoniem van een ander trefwoord:

uitdelen (ww) :
aanbieden, bedelen, dispenseren, distribueren, geven, ronddelen, rondgeven, rondstrooien, uitmeten, verdelen, vergeven, verlenen, verspreiden, verstrekken
bezorgen (ww) :
afgeven, afleveren, bedelen, bestellen, brengen, geven, leveren, opleveren, overhandigen, verlenen, verschaffen, verzorgen
bietsen (ww) :
bedelen, dalven, de hand ophouden, klaplopen, schooien, schooieren
bedenken (ww) :
bedelen, begiftigen, beschenken, nalaten, schenken
schooien (ww) :
bedelen, zwerven

woordverbanden van ‘bedelen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bedelen, omdelen, ronddelen, uitdelen

Bedeelen — omdeelen — ronddeelen — uitdeelen. Aan verschillende personen het hun toekomend of toegedacht deel van iets overhandigen. Uitdeelen is het uitreiken der verschillende deelen. Omdeelen, ronddeelen (b.v. van het geven van kaarten) onderstellen, dat de uitdeeling in een kring plaats heeft, of onder een onbekend aantal personen, zoodat men niet zeker is allen een deel te geven. Bedeelen veronderstelt, dat verschillende personen tegelijkertijd een deel ontvangen; het wordt bij voorkeur gebezigd van eene vaste uitdeeling aan behoeftigen, en figuurlijk voor toegerust zijn met gaven of rijkdommen. De bedeeling der armen heeft meest Vrijdags plaats. Hij is rijk bedeeld. Met de gaven der fortuin bedeeld zijn.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bedelen, omdeelen, uitdeelen, verdeelen

BEDEELEN, OMDEELEN, UITDEELEN, VERDEELEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 217.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.003 c