uitdelen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

uitdelen (ww):
aanbieden, bedelen, dispenseren, distribueren, geven, ronddelen, rondgeven, rondstrooien, uitmeten, verdelen, vergeven, verlenen, verspreiden, verstrekken

als synoniem van een ander trefwoord:

verlenen (ww) :
bezorgen, bieden, geven, gunnen, mededelen, schenken, toedelen, toekennen, toestaan, toewijzen, uitdelen, vergunnen, verschaffen, verstrekken
verspreiden (ww) :
debiteren, distribueren, in omloop brengen, propageren, rondstrooien, rondsturen, rondzaaien, rondzenden, uitdelen, verbreiden, verdelen
verstrekken (ww) :
bezorgen, fourneren, geven, leveren, schaffen, toedienen, uitdelen, uitgeven, uitreiken, verlenen, verschaffen, voorzien van
verdelen (ww) :
distribueren, partageren, rondbezorgen, rondbrengen, ronddelen, toebedelen, toedienen, uitdelen, verspreiden
bedelen (ww) :
begiftigen, bezorgen, distribueren, geven, ronddelen, toedelen, toerusten, toewijzen, uitdelen, voorzien van
geven (ww) :
toebrengen, uitdelen, verkopen
uitgeven (ww) :
uitdelen, verstrekken
aanbieden (ww) :
rondgeven, uitdelen
delen (zn) :
distribueren, geven, uitdelen, verdelen

woordverbanden van ‘uitdelen’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bedelen, omdelen, ronddelen, uitdelen

Bedeelen — omdeelen — ronddeelen — uitdeelen. Aan verschillende personen het hun toekomend of toegedacht deel van iets overhandigen. Uitdeelen is het uitreiken der verschillende deelen. Omdeelen, ronddeelen (b.v. van het geven van kaarten) onderstellen, dat de uitdeeling in een kring plaats heeft, of onder een onbekend aantal personen, zoodat men niet zeker is allen een deel te geven. Bedeelen veronderstelt, dat verschillende personen tegelijkertijd een deel ontvangen; het wordt bij voorkeur gebezigd van eene vaste uitdeeling aan behoeftigen, en figuurlijk voor toegerust zijn met gaven of rijkdommen. De bedeeling der armen heeft meest Vrijdags plaats. Hij is rijk bedeeld. Met de gaven der fortuin bedeeld zijn.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
uitdelen, verdelen

193. Uitdeelen — verdeelen. In deelen splitsen.

Verdeelen zegt dit meer in 't bijzonder: de erfenis wordt verdeeld (komt dus niet aan één persoon); een boek in hoofdstukken verdeelen; appels onder de kinderen verdeelen. Uitdeelen ziet op het uitreiken der deelen, waarin het geheel eerst verdeeld is: de aandeelen in de erfenis uitdeelen; of waarin het geheel meer toevallig gesplitst wordt: in 't wilde uitdeelen; aalmoezen uitdeelen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0034 c