naïef

als woordenboektrefwoord:

naïef:
bn. (...ver, -st), ongekunsteld; onschuldig ; onnozel.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

naïef (bn):
kinderlijk, kortzichtig, onbevangen, onbezorgd, onervaren, onnozel, onschuldig
naïef (bn):
eenvoudig, natuurlijk, ongekunsteld

als synoniem van een ander trefwoord:

onnozel (bn) :
argeloos, bête, dom, groen, halfzacht, imbeciel, kinderachtig, lichtgelovig, naïef, nes, schaapachtig, schlemielig, simpel, suf, sullig
onschuldig (bn) :
argeloos, gedachteloos, groen, innocent, naïef, ongekunsteld, onnozel, onverdorven, trouwhartig
argeloos (bn) :
gedachteloos, innocent, naïef, nietsvermoedend, onnozel, onschuldig
natuurlijk (bn) :
eenvoudig, naïef, onbevangen, ongedwongen, ongekunsteld
arcadisch (bn) :
bucolisch, herderlijk, idyllisch, landelijk, naïef
onervaren (bn) :
groen, naïef, onbedreven, ongeoefend, onnozel
eenvoudig (bn) :
kinderlijk, naïef, onontwikkeld, primitief
goedgelovig (bn) :
lichtgelovig, naïef, vol vertrouwen
onnozel (bn) :
groen, naïef, onervaren, onschuldig
onbedorven (bn) :
naïef, onschuldig, rein, zuiver
kinderlijk (bn) :
naïef

woordverbanden van ‘naïef’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
argeloos, eenvoudig, naïef, onergdenkend, onschuldig

Argeloos — eenvoudig — naief — onergdenkend — onschuldig. Als synoniemen beteekenen deze woorden: niets kwaads vermoedende, aan geen kwaad denkende. Argeloos en het thans meer gebruikelijk onschuldig gebruikt men meestal van jeugdige personen, die de wereld nog niet kennen en ieder voor even onschuldig en eerlijk aanzien als zij zelf zijn. Een argeloos meisje; een onschuldig kind. Bij den eenvoudige is die onbekendheid met het verkeerde in de wereld niet een gevolg van jeugd, maar van den maatschappelijken toestand, van de omstandigheden. De oplichter wist tal van eenvoudige lieden tot zijn slachtoffer te maken. Naief is een vreemd woord voor onschuldig en argeloos; meestal zegt men het van hen, die door hun eenvoud en natuurlijkheid, en hun onbekendheid met de conventioneele gebruiken, anders handelen dan men van hen verwachten zou. Men kan zich niet voorstellen hoe naief Prof. X. soms nog kan zijn buiten het gebied zijner wetenschap. Onergdenkend, dat weinig in gebruik is, zegt zonder meer, dat men nergens kwaad achter zoekt, goed van vertrouwen is. In weerwil van zijne vele droeve ervaringen, blijft hij nog even onergdenkend. De zelfst. naamw. die hier bij behooren zijn, arge loosheid, eenvoudigheid), naïveteit, onergdenkendheid en onschuld.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0026 c