bête

als woordenboektrefwoord:

bete:
v. (-n), stuk, mondvol.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

dom (bn) :
bête, ezelachtig, geesteloos, hardleers, kortzichtig, onbenullig, onbezonnen, onnozel, onverstandig, onwetend, onzinnig, simpel, stom, stompzinnig, stupide, suf, uilig, verstandeloos
onnozel (bn) :
argeloos, bête, dom, groen, halfzacht, imbeciel, kinderachtig, lichtgelovig, naïef, nes, schaapachtig, schlemielig, simpel, suf, sullig
schaapachtig (bn) :
bête, dom, niet begrijpend, onnozel, stupide
stuk (zn) :
aandeel, bete, brok, brokstuk, deel, eind, fragment, gedeelte, geleding, hap, homp, klomp, lap, metameer, moot, onderdeel, part, passage, pièce, plak, portie, reep, scherf, segment, snipper, stronk, wegge
hap (zn) :
beet, bete, hapje, maaltijd

woordverbanden van ‘bête’ grafisch weergegeven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0015 c