verzuimen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

verzuimen (ww):
nalaten, overslaan, vergeten, veronachtzamen, verwaarlozen
verzuimen (ww):
absent zijn, wegblijven
verzuimen (ww):
ontduiken, ontwijken

als synoniem van een ander trefwoord:

verwaarlozen (ww) :
geen acht slaan op, nalaten, negligeren, verlaten, veronachtzamen, versloffen, verzaken, verzuimen
overslaan (ww) :
omitteren, uitlaten, vergeten, verzuimen, voorbijgaan, weglaten
nalaten (ww) :
niet nakomen, veronachtzamen, verwaarlozen, verzuimen
achterwege laten (ww) :
nalaten, laten varen, verzuimen, weglaten
vergeten (ww) :
overslaan, verzuimen
mankeren (ww) :
nalaten, verzuimen

woordverbanden van ‘verzuimen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
verletten, verzuimen

Verletten — verzuimen. Beide woorden geven te kennen, dat men iets laat voerbijgaan of iets verloren laat gaan door nalatigheid. Verletten wordt vooral gezegd van het verliezen van tijd door niets te doen, door iets te doen, dat nutteloos is, of omdat anderen ons ophouden, terwijl bij verzuimen meer aan het nalaten van hetgeen men verplicht was gedacht wordt. Zijn plicht verzuimen, de school verzuimen. „Een pijp tabak verlet niet." Ik heb vanmorgen veel verlet gehad, zoodat ik niets doen kon.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
verwaarlozen, verzuimen

57. Verwaarloozen — verzuimen.

Nalaten, wat men behoorde te doen.

Verwaarloozen beteekent: niet meer voor iets zorgen, zoodat het bederft on onbruikbaar wordt. Hij heeft zijn tuin zoo laten verwaarloozen, dat er haast niets meer dan onkruid groeit.

Verzuimen ziet op het nalaten van een of andere plicht. Gij hebt zeker weer verzuimd den brief te frankeeren. De school verzuimen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
verletten, verzuimen

VERLETTEN, VERZUIMEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 241.

in hedendaagse spelling:
veronachtsamen, verwaarlozen, verzuimen

VERONACHTZAMEN, VERWAARLOOZEN, VERZUIMEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 248.

in hedendaagse spelling:
verzuimen, uitdenken, bezinnen, wikken, wegen, overwegen, overleggen, overdenken, bedenken, nadenken, doordenken

VERZUIMEN, UITDENKEN, BEZINNEN, WIKKEN, WEGEN, OVERWEGEN, OVERLEGGEN, OVERDENKEN, BEDENKEN, NADENKEN, DOORDENKEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 286.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
verzuim

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0014 c