bangelijk

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

bang (bn) :
angstig, angstvallig, angstwekkend, bangelijk, bedeesd, beducht, benard, benauwd, beschroomd, bevreesd, bezorgd, blo, huiverig, in spanning, kleinhartig, laf, lafhartig, nerveus, ongerust, schijterig, schrikachtig, schuchter, schuw, timide, vervaard, vol spanning, vreesachtig
bevreesd (bn) :
angstig, angstvallig, bang, bangelijk, bedeesd, beducht, benauwd, beschroomd, bezorgd, huiverig, kleinhartig, laf, lafhartig, nerveus, ongerust, schijterig, schrikachtig, schuw, vervaard, vreesachtig
schuchter (bn) :
bangelijk, bedeesd, beschaamd, beschroomd, bevangen, bleu, kleintjes, schichtig, schroomachtig, schroomvallig, schuw, timide, verlegen, vreesachtig
vreesachtig (bn) :
angstig, angstvallig, bang, bangelijk, bangig, beducht, kleinhartig, kleinmoedig, kopschuw, laf, lafhartig, schichtig, schuchter, schuw
bedeesd (bn) :
angstvallig, bangelijk, beschroomd, bleu, blo, schroomachtig, schroomvallig, schuchter, schuw, timide, verlegen
flauw (bn) :
bangelijk, bleek, fleps, flets, kinderachtig, mat, slap, vaag, vaal, zwak, krachteloos, week, wee, weeïg
angstvallig (bn) :
angstig, bang, bangelijk, beschroomd, schichtig, schroomvallig, vreesachtig
angstig (bn) :
angstvallig, bangelijk, kleinhartig, kleinmoedig, kopschuw, vreesachtig

woordverbanden van ‘bangelijk’ grafisch weergegeven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0022 c