feilen

als woordenboektrefwoord:

feilen:
(gefeild), mistasten.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

feilen (ww):
dwalen, falen, mistasten, tekortschieten, zich vergissen

als synoniem van een ander trefwoord:

falen (ww) :
buizen, feilen, floppen, misgaan, mislukken, misschieten, missen, misslaan, niet slagen, onderuitgaan, scheeflopen, sjezen, spaak lopen, stralen, stranden, stuklopen, tekortschieten, weigeren, zakken
dwalen (ww) :
feilen

woordverbanden van ‘feilen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

Het verkeerde voor het rechte nemen. Dwalen is zich vergissen in den weg, dien men in moest slaan; figuurlijk dus, eene verkeerde daad doen of eene onjuiste gedachte koesteren, terwijl men meent goed te handelen. Dolen is den weg kwijt zijn, en daardoor verkeerd handelen. Falen is te kort komen in zijne kracht, zich bedriegen in zijn oordeel. Wie dwaalt meent juist te oordeelen, maar maakt een verkeerd besluit; wie doolt komt niet tot een besluit, maar raakt verward in zijn gedachten-gang; wie faalt heeft zijne krachten niet goed berekend en schiet te kort. Feilen is eigenlijk hetzelfde als falen, maar wordt zelden gebruikt. Mistasten is verkeerd handelen, doch zonder opzet om het verkeerde te doen; zondigen is in de eerste plaats het overtreden van door God gestelde wetten; verder wordt het ook gezegd van het overtreden van maatschappelijke wetten, handelen tegen het algemeen aangenomen gebruik.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 168:

feilen, falen, dwalen

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 166:

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 168:

feilen, zondigen

in Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 5:

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0029 c