schuin

als woordenboektrefwoord:

schuin:
bn. bw. (-er, -st), hellend ; scheef.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

schuin (bn):
aanstotelijk, dubbelzinnig, gewaagd, obsceen, onnet, ontuchtig, plat, scabreus, schunnig, smerig, vet
schuin (bw):
diagonaal, dwars, glooiend, hellend, scheef, schuins

als synoniem van een ander trefwoord:

plat (bn) :
alledaags, banaal, onbeschaafd, ordinair, plebejisch, ruw, schuin, schunnig, triviaal, vulgair
gewaagd (bn) :
bedenkelijk, dubbelzinnig, ondeugend, pikant, scabreus, schuin
vuil (bn) :
goor, obsceen, scabreus, schuin, schunnig, smerig, vies, vunzig
pikant (bn) :
boertig, gewaagd, ondeugend, prikkelend, schuin, smeuïg
smerig (bn) :
obsceen, onzindelijk, schuin, schunnig, voos, vulgair
scheef (bn) :
krom, scheefgezakt, schuin, schuins, verwrongen
vies (bn) :
obsceen, schuin, schunnig, stuitend, voos
dubbelzinnig (bn) :
gewaagd, pikant, schuin, veelbetekenend
diagonaal (bn) :
dwars, overdwars, overhoeks, schuin
stout (bn) :
gewaagd, ondeugend, pikant, schuin
steil (bn) :
hellend, loodrecht, schuin
ondeugend (bn) :
gewaagd, scabreus, schuin
dwars (bn) :
scheef, schuin
schraag (bw) :
schuin

woordverbanden van ‘schuin’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
dwars, scheef, schuin

Dwars — scheef — schuin. Dwars is wat tegen het rechte over-staat; schuin en scheef duiden de richting aan, die tusschen recht en dwars het midden houdt, met dit onderscheid, dat scheef gewoonlijk nog het bijdenkbeeld insluit van verkeerd staande. Iemand den voet dwars zetten. Dwars-drijven. Eene schuine lijn. Een scheeve neus.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
dwars, scheef, schuin

79. Dwars — scheef — schuin.

Niet rechtlijnig in betrekking tot andere voorwerpen.

Dwars duidt de richting der lijn aan, die rechthoekig op een ander staat. Hij zwom dwars door de gracht.

Is de snijding der richtingslijn niet rechthoekig, dan spreekt men van scheef en schuin. Hierbij duidt men door scheef aan, dat de richting verkeerd is, dat zij dus anders behoorde te zijn, hetgeen schuin niet onderstelt. Dit pad loopt schuin door het bosch. Deze regel staat erg scheef. Deze letters staan schuin (d. i. cursief) en die staan scheef (dus verkeerd).

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
dwars, schuin, scheef, krom, gekrompen, gerimpeld, hobbelig, golvend, bochtig

DWARS, SCHUIN, SCHEEF, KROM, GEKROMPEN, GERIMPELD, HOBBELIG, GOLVEND, BOGTIG

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 201.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

schuin
recht
zie ook:
schuin lopen, schuin oplopen, schuin staan

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0028 c