dwars

als woordenboektrefwoord:

dwars:
bn. (-er, -t), schuin, scheef.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

dwars (bn) :
koppig, eigenwijs, lastig, eigenzinnig, onhandelbaar, tegendraads, stug, weerbarstig, stijfkoppig, eigengereid, tegenstrevend, in de contramine, balsturig
dwars (bn) :
overdwars, transversaal
dwars (bn) :
scheef, schuin
dwars (bn) :
onredelijk
dwars (bn) :
loodrecht

als synoniem van een ander trefwoord:

koppig (bn) :
eigenwijs, onredelijk, hardnekkig, dwars, eigenzinnig, onbuigzaam, onverzettelijk, stug, weerbarstig, hardleers, bokkig, stijfkoppig, halsstarrig, weerspannig, obstinaat, stijfhoofdig, hardhoofdig, steilorig
weerbarstig (bn) :
koppig, dwars, onhandelbaar, tegendraads, stijfkoppig, recalcitrant, weerspannig, weigerig, tegenstrevend, balsturig
weigerachtig (bn) :
opstandig, koppig, dwars, rebels, onwillig, weerbarstig, recalcitrant, weerspannig, balorig, weigerig, balsturig
recalcitrant (bn) :
dwars, onhandelbaar, tegendraads, onwillig, weerspannig, balorig, weigerachtig, tegenstrevend, ongewillig
bokkig (bn) :
koppig, eigenwijs, dwars, onvriendelijk, lomp, onhandelbaar, tegendraads, nors, stuurs, pruilend, gemelijk
opstandig (bn) :
dwars, ongehoorzaam, rebels, recalcitrant, weerspannig, subversief, oproerig, rebellerend, muitziek
eigenwijs (bn) :
koppig, dwars, eigenzinnig, verwaand, tegendraads, eigengereid, pedant, waanwijs, steilorig
lastig (bn) :
dwars, kieskeurig, vermoeiend, plagerig, kribbig, weerspannig, klierig, wrevelig
onwillig (bn) :
dwars, weerbarstig, bokkig, ongenegen, recalcitrant, weerspannig, weerstrevend
onhandelbaar (bn) :
koppig, dwars, eigenzinnig, tegendraads, onbuigzaam, woelig, indociel
balorig (bn) :
koppig, dwars, tegendraads, onwillig, recalcitrant, weerspannig
tegendraads (bn) :
dwars, anders, eigenzinnig, eigengereid
diagonaal (bn) :
dwars, schuin, overdwars, overhoeks
onredelijk (bn) :
koppig, dwars, onbillijk
ongemakkelijk (bn) :
lastig, dwars
transversaal (bn) :
dwars
verkeerd (bw) :
omgekeerd, dwars, verkeerd om, vals, krom, scheef, misplaatst, averechts
schuin (bw) :
diagonaal, dwars, scheef, hellend, glooiend, schuins

woordverbanden van ‘dwars’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

dwars, scheef, schuin

Dwars is wat tegen het rechte over-staat; schuin en scheef duiden de richting aan, die tusschen recht en dwars het midden houdt, met dit onderscheid, dat scheef gewoonlijk nog het bijdenkbeeld insluit van verkeerd staande. Iemand den voet dwars zetten. Dwars-drijven. Eene schuine lijn. Een scheeve neus.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922):

dwars, scheef, schuin

Niet rechtlijnig in betrekking tot andere voorwerpen.

Dwars duidt de richting der lijn aan, die rechthoekig op een ander staat. Hij zwom dwars door de gracht.

Is de snijding der richtingslijn niet rechthoekig, dan spreekt men van scheef en schuin. Hierbij duidt men door scheef aan, dat de richting verkeerd is, dat zij dus anders behoorde te zijn, hetgeen schuin niet onderstelt. Dit pad loopt schuin door het bosch. Deze regel staat erg scheef. Deze letters staan schuin (d. i. cursief) en die staan scheef (dus verkeerd).

in Nederduitsche synonymen (1836), band 2, blz. 201:

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, blz. 152:

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0031 c

[foutje]