dicht

als woordenboektrefwoord:

dicht:
o. (-en), gedicht.
dicht:
bn. bw. (-er, -st), vast; hecht; gesloten ; nabij ; geheimhoudend.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

dicht (bn):
aaneengesloten, compact, consistent, dik, geconcentreerd, gedrongen, massief, nauw, ondoordringbaar, op elkaar, samengeperst, solide, vast, vol
dicht (bn):
geloken, gesloten, hermetisch, potdicht, toe, ongeopend
dicht (bn):
dichtbij
dicht (bn):
verstopt
dicht (bw):
nabij, vlak, vlak bij, na
dicht (zn):
dichtwerk, gedicht, poëem, rijm

als synoniem van een ander trefwoord:

dichtbij (bn) :
dicht, in de buurt, na, nabij, nabijgelegen, naburig
zwaar (bn) :
degelijk, dicht, dik, sterk, stevig
solide (bn) :
dicht, massief, solied, vast
geconcentreerd (bn) :
dicht, massief, sterk, vast
afgesloten (bn) :
besloten, dicht, gesloten
consistent (bn) :
dicht, duurzaam, vast
gesloten (bn) :
dicht, ongeopend, toe
eng (bn) :
dicht, klein
verstopt (bn) :
dicht
vlak (bw) :
dicht, direct, juist, net, pal, pardoes, precies
toe (bw) :
dicht, gesloten
gedicht (zn) :
dicht, dichtstuk, dichtwerk, poëem, poëma, vers, rijmpje
compact (zn) :
dicht, ondoordringbaar
dik (zn) :
dicht, ondoordringbaar

woordverbanden van ‘dicht’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
dicht, gesloten, toe

Dicht — gesloten — toe. Met betrekking tot oene openstaande deur zegt men zoowel: doe de deur dicht, als doe de deur toe; van eene niet openstaande zoowel: de deur is dicht, als de deur is toe. Eene gesloten deur is eene deur, die niet alleen dicht is, maar op slot is gedaan. Figuurlijk beteekent dicht geheimhoudend. De man is zoo dicht als een pot. Mondje dicht (of toe).

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
dicht, gesloten, toe

DIGT, GESLOTEN, TOE

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 61.

in hedendaagse spelling:
vast, dicht, stevig

VAST, DIGT, STEVIG

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 210.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

dicht
dun, open
zie ook:
dicht bij, mondje dicht, niet dicht

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0028 c