opdracht

als woordenboektrefwoord:

opdracht:
v. (-en), last, bevel, taak; opdracht van een boek.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

opdracht (zn):
bestelling, bevel, boodschap, commando, gebod, karwei, last, lastgeving, mandaat, missie, onderneming, opgaaf, opgave, order, project, taak, verplichting, zending
opdracht (zn):
dedicatie, toewijding
opdracht (zn):
kerkwijding

als synoniem van een ander trefwoord:

bevel (zn) :
aanzegging, bestelling, commando, dictaat, gebod, gezag, instructie, last, opdracht, order, sommering, verordening, vonnis
taak (zn) :
huiswerk, opdracht, opgaaf, missie, pensum, plicht, verplichting, werkstuk, zending
onderneming (zn) :
expeditie, karwei, klus, opdracht, operatie, opgaaf, opgave, project, taak, werklast
boodschap (zn) :
bekendmaking, bericht, brief, mededeling, missie, opdracht, tijding, zending, mare
verplichting (zn) :
last, noodzaak, obligatie, opdracht, plicht, schuld, taak, verbintenis, zorg
lastgeving (zn) :
commissie, instructie, mandaat, opdracht, order
karwei (zn) :
corvee, klus, onderneming, opdracht, taak, werk
order (zn) :
bestelling, bevel, last, lastgeving, opdracht
plicht (zn) :
last, officium, opdracht, taak, verplichting
last (zn) :
bevel, lastgeving, mandaat, opdracht, order
missie (zn) :
boodschap, opdracht, roeping, taak, zending
gebod (zn) :
bevel, last, opdracht, order, voorschrift
taak (zn) :
functie, opdracht, opgave, plicht, zaak
mandaat (zn) :
last, lastbrief, lastgeving, opdracht
zending (zn) :
boodschap, missie, opdracht, taak
project (zn) :
opdracht, opgaaf, opgave, taak
commando (zn) :
bevel, opdracht, order
bestelling (zn) :
bevel, opdracht, order
commissie (zn) :
boodschap, opdracht

woordverbanden van ‘opdracht’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bevel, gebod, last, opdracht, order, voorschrift

Bevel — gebod — last — opdracht — order — voorschrift. Eene duidelijke aanwijzing van iemands wil of gevoelen, die aan een ander gegeven wordt, opdat deze zich daarnaar moge gedragen. Voorschrift heeft de ruimste beteekenis. Het ziet zoowel op eene aanwijzing, waarnaar wij ons, als het ons goeddunkt, kunnen gedragen (zooals eene vriendschappelijke raadgeving, een welmeenende wenk) als op eene zoodanige, waarnaar wij ons gedragen moeten. Men gaf hem uitvoerige voorschriften op reis mede. Een wettelijk voorschrift. Bevel, de daad van bevelen, en gebod, de daad van gebieden, sluiten de verplichting tot gehoorzaamheid in. Gebod is deftiger en edeler, en onderstelt in den regel een voorschrift, dat niet alleen voor het oogenblik kracht heeft, maar dat gedurende een lang tijdsverloop moet worden opgevolgd. Gods geboden. (Vgl. onder Wet). Een enkele maal komt bevel ook voor in deze opvatting. God, wiens bevel niet door mag dringen Bij 't volk, dan door der priestren mond, enz.

Last, van laden, hetgeen op iemand geladen wordt, duidt overdrachtelijk iets aan, dat men anderen te doen geeft, en is dus een zoodanig bevel of gebod, dat voor hem, tot wien het gericht wordt, werkzaamheid medebrengt. De regeering gaf haar ambassadeur in last hierover ophelderingen te vragen. De juridische uitdrukking voor het opdragen van een last is lastgeving. Opdracht noemt men een last, die iemand wordt opgedragen, waarbij voor dengene, die de opdracht geeft, moet gehandeld of gesproken worden, maar waarbij voor dengene, die de opdracht heeft, meer vrijheid van handelen bestaat dan bij een last. Order geeft een bevel tot schikking of regeling te kennen, en bij uitbreiding: bekendmaking, bevel. De dag order. Ik geef u order den dief te arresteeren. Dikwijls staat het ook voor bevel in het algemeen. Wacht mijne orders af! Is er iets van uwe orders? (Hebt ge iets te gelasten)?

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
handelen in opdracht van, opdracht geven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0024 c