overladen

als woordenboektrefwoord:

overladen:
(overlaadde, overladen), te veel, te zwaar laden.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

overladen (bn):
overbelast, overdadig, zwaar
overladen (bn):
bedolven, overstelpt
overladen (bn):
overbevolkt
overladen (bn):
overdreven
overladen (ww):
bedelven, overbelasten, overstelpen, oververzadigen, overvoeren
overladen (ww):
overslaan, verladen
overladen (ww):
overschepen

als synoniem van een ander trefwoord:

bedekken (ww) :
afdekken, bedelven, behangen, bekleden, beleggen, dekken, hullen, kleden, omhullen, omkleden, omsluieren, overdekken, overladen, overtijgen, overtrekken, toedekken, verbergen, verhullen
bestormen (ww) :
aanvallen, belagen, belegeren, bestoken, overladen, overstelpen
overslaan (ww) :
overladen
vol (bn) :
afgeladen, beladen, bomvol, boordevol, gevuld, overladen, stampvol, uitverkocht, verzadigd, volgepakt, volzet
overbevolkt (bn) :
overladen, overvol

woordverbanden van ‘overladen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
beladen, bevrachten, overladen

Beladen — bevrachten — overladen. Met een last voorzien. Bevrachten, dat uitsluitend van schepen gebezigt wordt, is zorgen, dat een schip eene lading of vracht in krijgt. Beladen is het plaatsen van de lading op of in het voertuig. Overladen is het voorzien van eene grootere lading dan het eigenlijk vervoeren kan. Door overlading krijgt een schip overlast. Het schip was op de uitreis niet bevrucht, maar slechts met ballast beladen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.003 c