uitbreiden

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

uitbreiden (ww):
uitbouwen, verbreden, vergroten, verhogen, verlengen, vermeerderen, verruimen
uitbreiden (ww):
openslaan, uitspreiden, uitstrekken

als synoniem van een ander trefwoord:

vermeerderen (ww) :
aanvullen, aanwassen, groeien, opslaan, opvoeren, stijgen, toenemen, uitbreiden, vergroten, verhogen, versterken, vooruitbrengen
vergroten (ww) :
amplificeren, opschalen, opschroeven, uitbouwen, uitbreiden, verlengen, vermeerderen
verruimen (ww) :
uitbreiden, verbreden, vergroten, verwijden
uitleggen (ww) :
uitbreiden, vergroten, verlengen
uitstrekken (ww) :
uitbreiden, uitspreiden
doortrekken (ww) :
uitbreiden, verlengen
vermeerderen (ww) :
uitbreiden, vergroten

woordverbanden van ‘uitbreiden’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
uitbreiden, verspreiden

Uitbreiden — verspreiden. Iets, dat tot nog toe binnen eene kleinere ruimte besloten was, eene grootere oppervlakte doen beslaan. Het verschil tusschen beide woorden is hierin gelegen, dat uitbreiden in het algemeen slechts te kennen geeft, dat men iets eene grootere ruimte doet beslaan, terwijl verspreiden daarentegen hoofdzakelijk ziet op het aantal plaatsen, welke men het doet innemen. Daarom gebruikt men bij voorkeur uitbreiden van dingen, die men zich als een geheel denkt, verspreiden van dingen, die beschouwd worden te bestaan uit eene menigte zelfstandige deelen. De nacht breidt zijn sluier uit over de aarde. De wind verspreidt het stuifmeel der planten. Napoleon breidde zijn macht over bijna geheel Europa uit.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
uitbreiden, verspreiden

UITBREIDEN, VERSPREIDEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 200.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

uitbreiden
beperken, inperken, reduceren, terugbrengen
zie ook:
zich uitbreiden

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0019 c