omstreeks

als woordenboektrefwoord:

omstreeks:
bw. ongeveer, omtrent.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

omstreeks (bw):
bij benadering, circa, nabij, om en nabij, omtrent, ongeveer, rond, tegen, zo'n
omstreeks (bw):
rond, tegen

als synoniem van een ander trefwoord:

ruw (bn) :
approximatief, bij benadering, circa, geschat, globaal, grof, grofweg, min of meer, om en nabij, omstreeks, omtrent, ongeveer, platvloers, plusminus, ruwweg
om en nabij (bn) :
om en bij, omstreeks, ongeveer
omtrent (bw) :
bij benadering, circa, dichtbij, grofweg, in de buurt van, min of meer, nabij, om en nabij, omstreeks, ongeveer, plusminus, rond, rondom, ruw, ruwweg
ongeveer (bw) :
circa, omstreeks, omtrent, zowat, bij benadering, globaal, plusminus, rond, ruw, ruwweg
bij benadering (bw) :
circa, min of meer, om en nabij, omstreeks, omtrent, ongeveer, plusminus, ruw, ruwweg
rond (bw) :
bij benadering, circa, omstreeks, ongeveer
circa (vz) :
grofweg, omstreeks, omtrent, ongeveer, pakweg, plusminus, zowat
nabij (vz) :
bij, na, omstreeks, omtrent
om (vz) :
omstreeks, omtrent
tegen (vz) :
omstreeks, rond

woordverbanden van ‘omstreeks’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

omstreeks:
ongeveer
ongeveer:
omstreeks, omtrent, zowat, nagenoeg (niet:praktisch, rond)

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bijkans, bijna, haast, nagenoeg, omstreeks, om en bij, omtrent, ongeveer, schier, ten naaste bij

Bijkans — bijna — haast — nagenoeg — omstreeks — om en bij — omtrent — ongeveer — schier — ten naastebij. Deze woorden of uitdrukkingen drukken een zeer klein verschil van hoedanigheid of van wijze uit. Bijkans, bijna, haast, schier, nagenoeg, geven te kennen, dat ergens niet veel aan ontbreekt, of dat iets gebeurd zou zijn, als de omstandigheden maar een klein weinigje anders waren geweest. Omtrent, omstreeks, om en bij, ongeveer, ten naastebij, geven te kennen, dat de mededeeling of opgave niet nauwkeurig is, 't zij te groot, te hoog, te lang enz. 't zij te klein, te laag, te kort enz. Ik ben met mijn werk haast (bijkans, bijna, nagenoeg) gereed: ik heb het zoo goed als af. Hij is schier van alles ontbloot: hij bezit zoo goed als niets meer. Hij is ongeveer (omtrent) 60 jaar: hij is diep in de vijftig, niet ver van de zestig, wellicht er over. Hij is omstreeks zestig jaar: hij kan ook negenenvijftig of √©√©nenzestig zijn.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

omstreeks
exact, juist, nauw, net, pal, precies, stipt
zie ook:
omstreek

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0027 c